zaterdag 13 mei 2017

IJsselmonde Big Day 2017: 117 soorten!

Na vorig jaar samen met Laurens van der Padt het dagrecord van 112 soorten op IJsselmonde te hebben neergezet, is er dit jaar weer een Big Day op IJsselmonde georganiseerd met teams. Daarvoor hebben zich vijf teams aangemeld, dus dat moet wel leuke soorten op gaan leveren en wellicht ook wel het dagrecord. Met de ontpolderde Crezéepolder die toch wel heel veel soorten heeft opgeleverd dit jaar, zit een aantal boven de 112 er wellicht wel in. De wind is niet zuidoost zoals vorig jaar, maar met een zuidwestenwind en een relatief droge dag in het verschiet moet het natuurlijk ook gewoon kunnen.

Om 2:00 staan Laurens van der Padt en Laurens van der Wind bij mij voor de deur en gaan we los als het team ‘De Drieteentjes’. We beginnen in Polder Sandelingen, maar voordat we daar zijn staan MEERKOET (1), WILDE EEND (2) en BLAUWE REIGER (3) al op de lijst. In Polder Sandelingen is het verder stil, maar een zingende RIETZANGER (4) kunnen we nog wel bijschrijven. De fietstocht richting de Devel levert nog de eerste SCHOLEKSTER (5) op en daar kunnen we snel KLEINE KAREKIET (6) en een tetterende NACHTEGAAL (7) bijschrijven. Aan de kant van Heerjansdam horen we nog een KIEVIT (8) baltsen en vanuit het riet komen geluiden van SNOR (9), WATERRAL (10), WATERHOEN (11) en RIETGORS (12). Het begint echter wat te regenen en ook de twee roerdompen die er zitten houden hun snavel dicht. Na een ruim uur besluiten we toch maar door te gaan, wellicht komt die later vandaag nog.
Nacht boven de Devel
Als we echter bij de voetbalvelden van Heerjansdam staan horen we vanuit de verte opeens de ROERDOMP (13) alsnog, fijn! Ook vliegen wat groepen BRANDGANZEN (14) over, maar de ransuilen zien we niet. Onderweg richting Barendrecht worden we in de Zuidpolder opgeschrikt door drie bedelende uilskuikens van BOSUILEN (15), leuk! Verder tettert langs de Oude-Maas de eerste CETTI’S ZANGER (16) en horen we een TURELUUR (17) baltsen. Bij de Heinenoordtunnel zingt de eerste BOSRIETZANGER (18) van het jaar en een stukje verderop horen we een SPRINKHAANZANGER (19). In de polders van Rhoon vliegt nog een OEVERLOPER (20) over, baltst een BLAUWBORST (21), zien we een KNOBBELZWAAN (22), KUIFEENDEN (23), FUTEN (24), GROTE CANADESE GANZEN (25) en horen we ook de bekende KERKUIL (26). We hebben echter nog steeds geen ransuil, dus we posten wat bij locaties waar we de kans groot achten dat ze er zitten, maar we zien of horen ze niet.

Het wordt ondertussen wel langzaam licht en beginnen de eerste GEKRAAGDE ROODSTAARTEN (27), MERELS (28) en HOUTDUIVEN (29) rond half 5 te zingen. Om 4:51 horen we de eerste KOEKOEK (30) en gaan we langzaam richting de Grienden. Onderweg schrijven we nog GRAUWE GANS (31), WINTERKONING (32), KLEINE MANTELMEEUW (33), ZWARTKOP (34) en ZANGLIJSTER (35) bij. In het Klein Profijt kunnen we de nodige soorten vervolgens allemaal één voor één bijschrijven. FITIS (36), ZWARTE KRAAI (37), KOOLMEES (38), TJIFTJAF (39), HEGGENMUS (40), TUINFLUITER (41), VINK (42), MATKOP (43), PIMPELMEES (44), GROTE BONTE SPECHT (45), KRAKEEND (46), AALSCHOLVER (47), GROENE SPECHT (48), KAUW (49) en BOOMKRUIPER (50) schrijven we makkelijk bij. Zelfs de groene spechten zitten volop te lachen overal, een soort die soms best lastig kan zijn en later ook door een team gemist blijkt te zijn.

Om iets over 6 hebben we de eerste fijne griendsoort te pakken, namelijk een mooie GRAUWE VLIEGENVANGER (51). Hierna schrijven we nog STAARTMEES (52), PUTTER (53), SPREEUW (54), BERGEEND (55), ZILVERMEEUW (56), ROODBORST (57), GAAI (58), GIERZWALUW (59), VISDIEF (60), IJSVOGEL (61), KOKMEEUW (62) en na flink posten ook een roffelende KLEINE BONTE SPECHT (63)! Als we weer terugkomen bij de fietsen zien we plotseling twee GROTE LIJSTERS (64) bovenin een populier zitten. Gaaf! Twee jaar geleden broedde deze soort hier voor het laatst, want vorig jaar troffen we ze ook niet meer aan. Dit jaar hebben we ze hier ook nog niet gehoord, dus de verrassing is groot!
Grauwe vliegenvanger                                       ©Laurens van der Padt
We fietsen hierna nog verder de grienden door en schrijven zo nog BOERENZWALUW (65), GROENLING (66), GRASMUS (67), STORMMEEUW (68) en BUIZERD (69) bij. Vuurgoudhaan en appelvinken zien of horen we helaas hier niet. Om 8:15 installeren we ons op de dijk van de Zegenpolder voor een korte trektelling, maar de wind en even later ook regen zijn niet echt ideaal. Ondanks dat staan we toch een klein halfuurtje en schrijven we eerst WITTE KWIKSTAART (70), BRUINE KIEKENDIEF (71), HOLENDUIF (72) en GELE KWIKSTAART (73) bij en lijkt het erg tam te worden.
Een ree kijkt toe
Om 8:26 blijkt echter een groepje van zes brandganzen niet uit die soort te bestaan, maar het blijken om ROTGANZEN (74) te gaan! Het groepje komt mooi langs en verdwijnt in noordoostelijke richting. Nauwelijks van deze gave waarneming voor IJsselmonde (pas mijn tweede van deze soort) bijgekomen te zijn komt vijf minuten later nog een groep van dertien rotganzen voorbij! Deze wel op iets grotere afstand, maar dat maakt de waarneming niet minder gaaf! Kennelijk is de zuidwestenwind van vandaag wel goed genoeg voor de ganzentrek en loopt de Delta wat betreft rotganzen leeg vandaag. Tof!
Rotganzen
Gezien het feit dat er verder eigenlijk niks vliegt, gaan we maar gewoon door de polders in. Het team van Sander Elzerman en André de Baerdemaker komen we bij het wegfietsen wel nog tegen, maar de rotganzen hadden ze niet op kunnen pikken. Terwijl we praten vliegt er overigens nog wel een TORENVALK (75) over een zingt er een BRAAMSLUIPER (76) uit de bosje. Vooral die laatste is een soort die je beter maar kan hebben, de rest van de dag zien of horen we er dan ook geen meer. In de polders zien we even later het mannetje ENGELSE KWIKSTAART (77) dat een broedpoging aan het doen is, gaaf! Ook pikken we met dank aan Niels Godijn nog een cirkelende HAVIK (78) op boven de grienden, waarna we bij wat huisjes HUISMUS (79), TURKSE TORTEL (80) en RINGMUS (81) kunnen bijschrijven.

De Rhoonse Baan is hierna aan de beurt; altijd een spannende plek. Het gemelde paapje krijgen we helaas niet gevonden, maar wel zitten er wat ROODBORSTTAPUITEN (82) met jong, een TAPUIT (83), wat KNEUEN (84) en nog een zingende bosrietzanger. De overvliegende LEPELAARS (85) en ZWARTKOPMEEUWEN (86) schrijven we natuurlijk ook gretig bij, net als de SLECHTVALK (87) die we vanaf hier op de mast in de Waalhaven zien zitten. Vanaf nu hebben we deze hoek wel aardig afgerond en gaan we snel weer terug naar het oosten. Een EKSTER (88) is dan de eerste soort die we bijschrijven, maar je vraagt je dan altijd af of je hem echt nog niet gezien hebt, of dat je er gewoon overheen hebt gekeken…

Op de Gaatkensplas treffen de BUFFELKOPEEND (89) aan zodat we lekker op schema liggen. In de Zuidpolder zijn de plasjes leeg, dus nog geen kleine plevieren of een slobeend, maar wel komt er hard een BOOMVALK (90) langs jakkeren, fraai! Terwijl we rustig doorfietsen is het twee minuten later een WIELEWAAL (91) die mooi langs komt vliegen en vervolgens in wat hoge populieren landt. Net als de rotganzen is het ook pas mijn tweede waarneming van deze soort op IJsselmonde, erg fijn! Een team hoort hem even later nog zingen daar, fijne soorten!

We kijken hierna even op de plek waar we vannacht de uilskuikens van de bosuilen hadden, en die blijken inderdaad mooi te zien. Leuk! Voor zover ik me kan heugen zag ik nog nooit eerder jonge bosuilen. Als we van de uiltjes staan te genieten vliegen er op grote hoogte ook nog opeens twee rovers over wat WESPENDIEVEN (92) blijken te zijn. Die schrijven we mooi bij! Het precies passerende team Barendrechts van Peter Gouman, Julian en Wietze de Frel kunnen we dus met twee soorten blij maken.
Jonge bosuilen
Na afscheid van de uiltjes genomen te hebben moeten we door richting de nieuw ingerichte Zuidpolder, waar we eenvoudig OEVERZWALUW (93), HUISZWALUW (94) en SLOBEEND (95) bij kunnen schrijven. Snel gaan we door richting Waalbos, maar op het moment dat we KLUUT (96) en TAFELEEND (97) hebben bijschrijven krijgen we een spannende foto door via Hans en Hugo Moerman. Een snelle blik is genoeg: er zit een gestreepte strandloper in de Crezéepolder!! Dat is een hele nieuwe soort voor IJsselmonde, wat betekent dat we het programma omgooien en linea recta naar de polder knallen. Met een noodgang wordt de Pruimendijk afgefietst, waarna we in de Crezéepolder even later inderdaad deze GESTREEPTE STRANDLOPER (98), een, Noord-Amerikaanse steltloper, in een groepje BONTBEKPLEVIEREN (99) zien lopen. Wat een soort! Hij loopt op enige afstand maar is prachtig te zien. Hij kon er nog wel bij na de zwarte ibis en steltkluten in de afgelopen weken. De Crezéepolder overtreft zo de Sophiapolder gelijk, wat een gebied!

Gestreepte strandloper
Naast de eerder genoemde steltlopers kunnen we ook GROTE MANTELMEEUW (100), een mooie groep NOORDSE KWIKSTAARTEN (101) en eindelijk ook KLEINE PLEVIER (102). We fietsen vervolgens een stukje om om de gestreepte strandloper van wat dichterbij te bekijken, maar die blijkt dan ondertussen helaas alweer de wieken te hebben genomen. We vogelen de polder dus maar gewoon rond, wat nog een erg fijne overvliegende PURPERREIGER (103) oplevert en in de polder nog één GROENPOOTRUITER (104) en ZOMERTALING (105). Als we de polder uitfietsen komt er plotseling een valkje de polder binnen knallen, waarvan gelijk duidelijk is dat het een SMELLEKEN (106) is. Met een noodgang gaat hij richting noordoost, cirkelt kort een rondje en gaat dan snel door richting het hoge noorden. Al de zoveelste smelleken van dit voorjaar door de polder, maar eindelijk onze eerste pas! En dan ook nog eens een mooi mannetje, fraaie vogels.

We stappen hierna over op de auto, waarna we richting de Sophiapolder gaan. Eenmaal op de Veersedijk cirkelt er een fraaie wespendief boven de dijk, een mooi beest weer en onze derde dus al voor vandaag! Opvallend, want meestal zijn ze bijzonder lastig in het voorjaar. Op de bekende plek horen we een ZWARTE ROODSTAART (107) zingen en op de Sophiapolder zien we zowel GEELPOOTMEEUW (108) als PONTISCHE MEEUW (109), en is een REGENWULP (110) een fijne verrassing. We naderen nu toch wel echt de 112 soorten en met nog wel wat inkoppertjes in het verschiet gaan we snel richting Rotterdam.
Wespendief                                                   ©Laurens van der Padt
Onderweg krijgen we te horen dat er casarca’s zijn gezien in de Crezéepolder, maar als we even later tevergeefs naar de dodaarzen bij het Eiland van Brienenoord zoeken blijken ze alweer te zijn verdwenen. Door dus maar richting Heijplaat, waar ROEK (111) zoals verwacht heel makkelijk is. In Rhoon kunnen we de witoogeend in tegenstelling tot op de Zuid-Holland Big Day niet vinden, maar bij de Rhoonse Baan werkt het PAAPJE (112) nu gelukkig wel mee en is het record geëvenaard! Snel stomen we door richting de bekende ooievaarspaal van IJsselmonde in Rotterdam-Lombardijen, en daar staat gelukkig een OOIEVAAR (113) zodat we daarmee het record hebben verbroken! In deze contreien hebben we niks meer te zoeken, dus we gaan snel richting Waalbos. Daar lopen nog steeds drie STELTKLUTEN (114) rond, maar de veldleeuwerik horen we zo snel niet zingen. We worden hier ook opgeschrikt door de melding van een kwak op de Galgenplaat, wat ook nog een goede zou zijn voor de IJsselmondejaarlijst. We besluiten daarom maar een poging te wagen.
Ooievaar
Steltkluut
Op de Galgenplaat blijkt de kwak onvindbaar, dus we gaan de dag afmaken in de Crezéepolder, zodat we rond 19u in het NME-centrum zijn. Het water is al hard gestegen als we aankomen, en de gestreepte strandloper blijkt dan ook zojuist met wat bontbekplevieren te zijn vertrokken. Een andere groep bontbekplevieren is nog wel ter plaatse, maar daar zit verder niks spannends tussen. Gelukkig loopt er nog wel een enkele GRUTTO (115) rond, maar verder is het rustig. De gemelde rosse grutto op de Sophiapolder komt niet onze kant op, en wij hebben ook weinig zin om daarheen te gaan. Om de dag af te sluiten gaan we dus maar richting het Donckse Bos in de hoop op boomklever.
Broedende kluten
Teruglopend naar de auto komt nog wel een GROTE ZILVERREIGER (116) overzetten, een leuke verrassing! In het Donckse bos blijkt het hierna in de korte tijd die we nog hebben rustig te zijn. Boomklevers horen we niet, en de vermeende goudhaantjes die we horen zingen zitten telkens net te ver en houden dan weer hun snavel dicht. We moeten richting het NME-centrum, de dag zit erop! Iets over zeven komen we daar aan, maar wachtend op de parkeerplaats op de laatste teams komt eindelijk onze grootste gemiste soort van de dag overzetten: SPERWER (117). Voor het spelletje van vandaag telt die niet meer mee, maar voor de totaallijst natuurlijk wel.

Uiteindelijk blijkt het er ook niet meer toe te doen, want met de 116 soorten hebben we het hoogste aantal van vandaag weten te scoren. Het record van vorig jaar is dus toch weer verbroken, en naar ons gevoel hebben we nog redelijk rustig gedaan vandaag. De 120 is zeker niet onmogelijk, want in het Donckse bos hadden de andere teams bijvoorbeeld wel zowel vuurgoudhaan als goudhaan, en hadden we nog makkelijk dodaars en veldleeuwerik kunnen hebben. De soort van de dag was uit de hele rits leuke soorten voor het eiland natuurlijk die gestreepte strandloper! De Crezéepolder blijkt wat dat betreft ook voor een Big Day van enorme waarde te zijn.

vrijdag 12 mei 2017

Rosse grutto en nr. 173 in de Crezéepolder

Op het eind van de middag kan ik het als ik uit Wageningen kom niet laten om nog even in de Crezéepolder te kijken. De kleine zilverreiger die er vanmiddag ook al zat blijkt nog steeds ter plaatse, terwijl ook de rosse grutto die al eventjes rondhangt zich eindelijk laat fotograferen. De kleine zilverreiger is overigens alweer de 173ste soort dit jaar op IJsselmonde! We liggen voorlopig goed op koers om een wellicht zelfs de 200 te halen. Voor mei staat het doel in ieder geval op 180; dat moet lukken!
Rosse grutto

woensdag 10 mei 2017

Crezéepolder is goud waard!

Gisterenavond was ik in Rhenen gebleven en heb ik de meldingen van twee geoorde futen en een kleine strandloper in de Crezéepolder doorstaan. Morgen heb ik immers een tentamen, dus daar moest nog wel wat voor gedaan worden. Als echter net na het middaguur een zwarte ibis in de Crezéepolder gemeld wordt kan ik natuurlijk niet langer blijven zitten. Gelukkig ben ik met de auto, dus een klein uurtje later ben ik in de Crezéepolder. De meeste IJsselmondetwitchers zijn al weer weg, maar de vogel zit er gelukkig nog. Eindelijk!! Net als steltkluut was dit toch wel een langverwachte soort, die overal in de omgeving werd gezien. Nu met de nieuwe polder is er dan toch eindelijk van gekomen!
Zwarte ibis
Gezien de steltlopertrek van de laatste dagen kan ik het niet laten om een blik op de Sophiapolder te werpen. Dat levert echter helemaal niks op, dus hierna ga ik maar weer richting de zwarte ibis om deze met de telescoop wat beter te bekijken. Het is een jong beest (mist nog de groenpaarse gloed van volwassen vogels) en het lijkt dus verse aankomst in Nederland.

Het water komt hard omhoog en dat vindt hij toch niet echt lekker. Rond een uurtje of vijf neemt hij dan ook de vleugels en vliegt hoog weg richting noordoost en verdwijnt boven de Alblasserwaard. De eerste 'zwibis' voor IJsselmonde is daarmee ook gelijk weer vertrokken.



Zwarte ibis
Een casarca was gevonden bij Barendrecht, dus samen met de nieuwe jonge garde uit Ambacht ga ik die eventjes doen. We komen echter van een koude kermis thuis, want het beest blijkt een gekort- of geleewiekte vleugel te hebben. Een ontsnapt beest dus die we snel moeten vergeten.
Ontsnapte casarca
Als we op de terugweg weer door de Crezéepolder komen zien we tot onze verbazing opeens de zwarte ibis weer invallen! Leuk! Later bleek hij overigens in geen velden of wegen meer te bekennen te zijn.

Vanavond kan ik het niet laten om ook weer naar de Crezéepolder te gaan. Vanmiddag zaten er namelijk ook nog aardig wat bontbekplevieren en een kleine strandloper zou ook nog wel een fijne soort zijn. Op deze prachtige avond is het goed toeven in de polder, met inderdaad een kleine strandloper tussen de bontbekplevieren! Leuk! Mijn eerste voorjaarsgeval pas van deze soort op IJsselmonde.
Lepelaar
Verder was het erg leuk vogelen met een rosse grutto, wat groepjes doortrekkende noordse kwikstaart, de engelse kwikstaart die al weken in de polder zit, enkele pontische meeuw, een paar bosruiters, twee zomertalingen, een bonte strandloper en nog ruim tien broedende kluten. Toch wel een erg leuk lijstje, die Crezéepolder is goud waard!
Pontische meeuw

maandag 8 mei 2017

Steenloper in de Crezéepolder!

Vandaag moest er weer geleerd worden, maar met opkomend tij ga ik toch nog even een kijkje nemen in de Crezéepolder. Het blijkt zowaar vol te lopen met bontbekplevieren, maar ik ben eigenlijk al ook eventjes te laat gezien het hoge water. In de gauwigheid zie ik nog wel een zilverplevier rondlopen, maar ik word opgeschrikt door een sms'je dat er een steenloper in de polder zit. Tim van der Linde heeft 'm vanaf de andere kant van de polder in beeld, dus snel stap ik maar op de fiets. Het is immers een goede soort voor in het binnenland!
Overtijende bontbekplevieren
Niet veel later heb ik hem in beeld als hij vlakbij in een kommetje blijkt te lopen. Wat een gaaf beestje! Pas mijn derde op IJsselmonde en zoals altijd in z'n eentje. Dit is wel overduidelijk de mooiste van de andere twee die ik op de Sophiapolder op afstand zag of zelfs alleen maar hoorde. Gaaf!!

Steenloper

zaterdag 6 mei 2017

Zuid-Holland Big Day record: 168 soorten!

Twee jaar geleden hebben Laurens van der Padt, Laurens van der Wind, Herman van den Brand en ik als eerst een big day gedaan in Zuid-Holland. Het was toen nog aardig experimenteren en de route werd vooral gebaseerd op de vele eerdere big days door met name een groep Hagenezen, die al langer dan tien jaar jaarlijks een Zuid-Holland Big Day doen. In 2015 wisten we 154 soorten te scoren, een goede score voor de eerste keer, maar nog wel onder het record van 160 dat een week later werd gevestigd. Vorig jaar gooide een grote kanoet op Texel roet in de Big Day die we toen hadden gepland, waardoor we niet verder kwamen dan een nachtronde. Gezien het weer toentertijd was het overigens ook nooit gelukt om het record te halen, gezien de harde wind.

Dit voorjaar hadden we het plan om vol over het record van 160 te gaan, dus de voorbereidingen waren al ver van te voren in volle gang. 6 mei werd de datum waarop het moest gebeuren, en een aantal dagen van tevoren blijkt dat zowaar een prachtige dag qua weer te gaan worden. De spanning stijgt! In de laatste weken worden belangrijke plekken gecheckt wat nog leuke verrassingen oplevert. Op het Oostvoornse meer blijkt een nonnetje te zwemmen, op Flakkee hangt nog een zwarte rotgans rond en op IJsselmonde blijkt een havik zichtbaar op nest. Verder waren we de afgelopen keer besmet met het Meijendel-virus waar de andere teams altijd begonnen; dit jaar keken we eens verder en bleek Noordwijk eigenlijk een betere keuze, na informatie ingewonnen te hebben bij Rein Genuït en Peter Spierenburg. Waarvoor dank! Een voorbereidingsronde hier overtrof onze verwachtingen met grote lijsters, appelvinken, kuifmees, vuurgoudhanen, goudhaan en belangrijke soorten als glanskop, boomklever en boompieper. Krooneend was hier alleen afwezig, maar zwarte roodstaarten en mogelijkheden voor leuke kwikstaarten trokken dat wel weer recht. 

Al lang van tevoren was de route dus in kannen en kruiken, maar de laatste dagen kwam nog een porseleinhoen binnen en moesten we de nachtronde nog wat strakker plannen. We zouden dus bij deze soort gaan beginnen, waar we om 23:15 bij de Strypse Wetering arriveerde met een auto vol met voedsel en alles wat we nodig hadden. Klaar voor het record. Voor 00:00 hoorden we gelukkig de porseleinhoen al een paar keer roepen, die zit er dus nog! Verder hoorden we nog een smient, bosruiter, groenpootruiters en algemenere soorten, maar om 00:00 kunnen we dan eindelijk los! 

Een WATERSNIP (1) komt roepend over en vormt de eerste soort op de lijst, een fijne soort om alvast te hebben. Verder vullen de geluiden van SCHOLEKSTER (2), KIEVIT (3), TURELUUR (4), KLEINE PLEVIER (5), GROTE CANADESE GANS (6), MEERKOET (7), GRUTTO (8), GRAUWE GANS (9), GROENPOOTRUITER (10) en KRAKEEND (11) de nacht. Wat WILDE EENDEN (12) stoeien in de sloot langs de weg en een BERGEEND (13) vliegt roepend langs. Om 00;07 zwiept dan gelukkig de PORSELEINHOEN (14), waarna de doelsoort hier binnen is en we dus kunnen vertrekken. 

Het gaat in vliegende vaart terug over de A15, waarna we bij Heijplaat in het licht van de lantarenpalen een ROEK (15) zien zitten en enkele exemplaren horen roepen. We liggen voor op schema, maar als we weg zijn gereden is Laurens van den Wind driftig op zoek naar z'n nieuwe telefoon. Nergens te vinden in de auto, dus gelijk omdraaien en terug. Bij aankomst zien we hem gelijk onder de kolonie liggen, die is dus uit de auto gevallen toen we daar vol adrenaline uitsprongen. De 5 minuten verlies vallen gelukkig mee, dus door naar Rhoon. Een politieauto komt nog vlak achter ons rijden, maar ze nemen gelukkig niet de moeite om ons aan te houden. Dat scheelt weer tijd, dus de witoogeend moeten we gaan vinden. Gisterenavond was die nog aanwezig in slootjes, maar ondanks zoeken blijkt ze onvindbaar. Balen, balen, want dit kost tijd. Wel zien we nog KUIFEEND (16) en BLAUWE REIGER (17) en vliegen er nog wat HOUTDUIVEN (18) verschrikt weg uit de bomen. Met een beetje teleurstelling gaan we richting de kerkuil plek, want de witoogeend was een mooie bonus geweest. 

Bij aankomst horen we in de verte een BOSUIL (19) zingen, terwijl in de boerderij de KERKUIL (20) gelukkig zich ook snel laat horen. Over de landweggetjes rijdend komen we echter geen ransuil tegen, dus dat moet later nog maar gebeuren. Op de Gaatkensplas lukt vervolgens de tweede eend, de buffelkopeend, van deze nacht niet, het waait te hard dus de eenden zitten te ver. Een KNOBBELZWAAN (21) en wat FUTEN (22) kunnen we nog wel onderscheiden, maar met enige achterstand op het schema gaat het snel door richting de Devel. 

Onderweg weer geen ransuil op bekende plekken, gaat dat nog goed komen? Bij de Devel wel gelijk RIETZANGERS (23), een NACHTEGAAL (24) in de verte en gelukkig begint vlakbij een SPRINKHAANZANGER (25) te ratelen. SNORREN (26) zijn heel stil, maar twee keer horen we kort een exemplaar. Ook gilt er gelukkig nog een WATERRAL (27) door de rumoerige nacht alhier, vlak naast rangeerterrein Kijfhoek. Een blauwborst lukt hier niet, dus na een KOEKOEK (28) te hebben bijgeschreven gaat het snel richting Zevenhuizen voor meer rietsoorten. 

Daar zit een snor wel uit volle borst te zingen, maar kunnen we ook een belangrijke soort als DODAARS (29) bijschrijven. Verder horen we hier nog een KLEINE KAREKIET (30), KOKMEEUW (31), KLUUT (32), WATERHOEN (33), overvliegende REGENWULPEN (34) en na een tijdje gelukkig ook een ROERDOMP (35). Op de lijst ontbreken dus nog steeds blauwborst en ransuil, maar we moeten door naar Berkel. De STEENUIL (36) werkt daar gelukkig goed mee, maar de kwartel die hier een paar dagen terug zat blijkt helaas verdwenen. Keurig op schema typen we hier om 3:30 Noordwijk in het navigatiesysteem waarna we koers zetten richting het noorden. Onderweg komen we helaas weer geen ransuil tegen en bij Voorhout willen patrijzen niet meewerken in de nacht. Een soort die ons ook echt nooit lukt om 's nachts te scoren, of hebben we te weinig geduld? 

Om 4:30 lopen we bij Noordwijk het bos in, dat vergeven is van de nachtegalen en hier en daar al een vroege GEKRAAGDE ROODSTAART (37). HOUTSNIPPEN (38) zouden hier relatief makkelijk moeten zijn, maar door het luide nachtegalengezang valt het niet mee. Uiteindelijk horen we toch een exemplaar luid roepend overkomen, fijn! Het vogelkoort zwelt ook verder aan met ROODBORST (39), MEREL (40), ZANGLIJSTER (41) en WINTERKONING (42) als we naar het bewuste bosje langs de Vogelaarsdreef lopen. Het is ondertussen al wel aardig licht en ZWARTKOP (43), APPELVINKEN (44), KOOLMEES (45), VINK (46), PIMPELMEES (47), BUIZERD (48), BOOMKRUIPER (49), TJIFTJAF (50), ZWARTE KRAAI (51), ZILVERMEEUW (52), HEGGENMUS (53), KLEINE MANTELMEEUW (54), GIERZWALUW (55), STORMMEEUW (56), GROTE BONTE SPECHT (57), BOOMPIEPER (58), FITIS (59), GRASMUS (60), AALSCHOLVER (61), TUINFLUITER (62), BOERENZWALUW (63), BRAAMSLUIPER (64), SPREEUW (65) en GAAI (66) kunnen we achter elkaar noteren. Een HAVIK (67) die opvliegt met een prooi uit het duin is een erg fijne, waarna het steeds lastiger wordt om soorten te noteren. Wel volgen nog STAARTMEES (68), VISDIEF (69) en BOOMLEEUWERIK (70), alvorens we een foeragerend paartje SIJS (71) als eerste echte verrassing kunnen noteren. Boomklevers blijken hier plotseling erg lastig en vinden we hier uiteindelijk niet, wel schrijven nog GLANSKOP (72), OVERZWALUW (73), WITTE KWIKSTAART (74) en GRASPIEPER (75) bij voordat we het stukje verlaten en naar een stuk naaldbos rijden. Kleine bonte spechten hebben we hier ook niet gezien, terwijl ze wel regelmatig werden ingevoerd. Toch ook een jammerlijk dipje van een soort die we zeker niet meer gaan zien vandaag.
Hard vogelen                                                                     ©Herman van den Brand
GROTE LIJSTER (76) blijkt zoals verwacht een inkopper en wat PUTTERS (77) kwetteren terwijl een SLECHTVALK (78) overvliegt. Een groene specht is helaas niet voor de meerderheid weggelegd, maar de BOOMKLEVER (79) die met een brul door Laurens van der Wind wordt aangekondigd is dat gelukkig wel. In het bos blijkt KUIFMEES (80) opvallend simpel, zien we nog een HOLENDUIF (81) en GROENLING (82), en laat een VUURGOUDHAAN (83) zich gelukkig nog horen. Goudhaan blijkt onvindbaar, en gezien de goede trek in de lucht willen we zo snel mogelijk naar open ruimte: de zeereep. Daarvoor checken we nog wat bollenvelden en weilanden, waar het opeens heerlijk gaat met EKSTER (84) en KAUW (85) als binnenkoppers, en vervolgens nog GELE KWIKSTAART (86), ENGELSE KWIKSTAART (87) en NOORDSE KWIKSTAART (88) tussen de koeien. In de lucht hangt een jubelende VELDLEEUWERIK (89) en op wat kisten zitten een ZWARTE ROODSTAART (90) met z'n staart te wippen. Na HUISMUS (91) kunnen we echt gaan, waarna het ook bij zee een heerlijk half uurtje hebben. 

In de zeereep kunnen we eerst nog ROODBORSTTAPUIT (92) en KNEU (93) bijschrijven, waarna het even flink scopen is geblazen. Dat blijkt niet vruchteloos, want met name de steltlopers blijken lekker door te vliegen, naast de reguliere GROTE MANTELMEEUWEN (94), GROTE STERNS (95) en DWERGSTERNS (96). We zien namelijk mooie gemengde groepjes met BONTBEKPLEVIER (97), KANOET (98), DRIETEENSTRANDLOPER (99), ZILVERPLEVIER (100), BONTE STRANDLOPER (101) en ROSSE GRUTTO (102). Daarnaast zien we ondanks het heiige weer het gehoopte lijntje ZWARTE ZEEËENDEN (103), een mooie groepje DWERGMEEUW (104) en wat ZWARTE STERNS (105). Tussen de vele boerenzwaluwen die over de zeereep trekken vliegt verder niet veel, op wat boompiepers, nog een engelse kwikstaart en een TORENVALK (106) na. 

We lopen ondertussen ruim een half uur achter op schema omdat we te lang hebben doorgezocht naar boomklever en kleine bonte specht eerder op de ochtend, maar dat moeten we dus nog ergens in zien te halen. Onderweg naar de Iberische tjifjtaf in Noordwijk zien we een TURKSE TORTEL (107) op een lantarenpaal en de IBERISCHE TJIFTJAF (108) blijkt zoals verwacht een intikker. We horen hem vrijwel gelijk tetteren, heerlijk! Een actie in Katwijk om burgemeesters te scoren blijkt niet zijn vruchten af te werpen, maar levert wel de eerste OEVERLOPERS (109) van de dag op. 

We verlaten hierna Katwijk dus maar snel richting Lentevreugd, maar het gehoopte paartje krooneend zwemt hier niet langs de weg. De stop blijkt echter wel een goede zet, want we zien de eerste HUISZWALUWEN (110), PAAPJES (111), RIETGORS (112) en TAPUITEN (113) van de dag. Voor KROONEEND (114) moeten we dus bij de Ganzenhoek nog maar een tippeltje lopen, wat gelukkig wel een mannetje oplevert. Ook zien we hier weer kuifmezen, maar kunnen we goudhaan niet vinden. Voor deze soort hadden we echter nog een reserveplekje, waar we bij toeval een week geleden een zingend exemplaar troffen. Dat blijkt een goeie, want ook nu zit hij gelijk weer te zingen. GOUDHAAN (115) staat dus toch nog op de lijst! 

We gaan vanuit de zangvogels nu richting de watervogels en dergelijke, waar we nog genoeg van moeten. De Ackerdijkse plassen is de eerste locatie die we daarvoor bezoeken, maar onderweg is een OOIEVAAR (116) de eerstvolgende soort die we kunnen noteren. In de Bergse Boezem begint het feest al met vele BOSRUITERS (117), KEMPHANEN (118) en een SLOBEEND (119), waarna we in de Ackerdijkse plassen STELTKLUUT (120), ZOMERTALING (121), WINTERTALINGEN (122), BRUINE KIEKENDIEF (123) en KOLGANS (124) kunnen bijschrijven. Ondanks goed uitziend habitat lukt ook hier weer blauwborst niet, maar een RINGMUS (125) werkt bij een huisje een stukje verder op nog wel goed mee. Erg fijn! 
Steltkluut
Ondanks wat missers tot nu toe als buffelkop- en witoogeend, patrijs, kleine bonte specht en ransuil, gaat het toch wel aardig lekker, dus vol goede moed gaan we om half 12 richting Oostvoorne. Wel met een achterstand van nog steeds ruim een half uur, maar dat moet goed te maken zijn. Onderweg zien we niks nieuws, alle algemene soorten hebben we zo ongeveer wel, maar bij het Oostvoornse meer gaat het toch wel weer los. In de oosthoek treffen we het vrouwtje NONNETJE (126) aan als hele fijne bonus, en kunnen we ook BRILDUIKER (127) en MIDDELSTE ZAAGBEK (128) bijschrijven. Teven zien we hier de eerste BRANDGANZEN (129) van de dag. Een zwarte zeeëend die er ook zwemt hebben we al, dus snel door richting de volgende stop langs het meer. Daar tettert een CETTI'S ZANGER (130) en vliegt een gemengde groep regenwulpen en WULPEN (131) over. Na even zoeken wordt de ZEEKOET (132) gelukkig ook gevonden en blijkt een groepje NOORDSE STERNS (133) op het meer te foerageren. Dat gaat lekker! Bij Slag Baardman kunnen we geen zilverreigers of geoorde futen bijschrijven, dus met een LEPELAAR (134) vertrekken we snel naar de Westplaat. 

Het water staat knap hoog, maar op het strand zitten naast de vele dwergsterns nog wel een tweetal STEENLOPERS (135), we hoeven dus niet meer naar de Brouwersdam! We scheuren hierna de Maasvlakte rond waar overal tapuiten blijken te zitten. Helemaal op het eind van de Stuifdijk zien we de soorten waarvoor we dit deden, namelijk een groep EIDERS (136) en een tweetal KUIFAALSCHOLVERS (137).
Maasmond
Een slechtvalk vliegt nog langs terwijl we een groepje patrijzen of een rouwkwikstaart zo snel niet kunnen vinden. We lopen nog steeds achter, vergeten zelfs even over zee te kijken voor jan-van-genten (maar het was toch nog wel heiig waarschijnlijk), en knallen naar de Strypse Wetering. Eerder op de dag waren we daar natuurlijk ook al, maar gelukkig zien we nu de SMIENTEN (138) die we hier gisterenavond hoorden, is een ROUWKWIKSTAART (139) een fijne soort om bij te schrijven, loopt er nog een fraaie ZWARTE RUITER (140) en is de echte knaller hier wel een prachtige KROMBEKSTRANDLOPER (141).
Alles wordt weer razendsnel uitgeladen                        ©Herman van den Brand
Het gaat werkelijk fantastisch, dus snel door!! Bij Stellendam blijkt een wielewaal nog niet terug (of hij houdt z'n snavel dicht), maar wel kunnen we eindelijk SPERWER (142) bijschrijven. Ondanks hoogwater op de Kwade Hoek weten we daar nog een PIJLSTAART (143) uit te slepen, maar kunnen we van de steltjes niks breien. In de terek ruiter die hier gisteren zat gaan we dus geen energie steken. Uit een groepje kuifeenden aan de andere kant van de weg trekken we eenvoudig een aantal TAFELEENDEN (144), waarna we richting de duinen gaan. Voordat we op de parkeerplaats voor zomertortel zijn vliegt er plotseling een BOOMVALK (145) naast de auto! Dat zijn de betere soorten om tegen aan te lopen! De zomertortel zit niet gelijk te koeren, dus lopen we nog even wat verder in de hoop op goudvink, maar tevergeefs. Als we teruglopen vliegt echter in de verte plotseling een VISAREND (146) langs, dus het bleek niet voor niks! De ZOMERTORTEL (147) zit even later wel rustig te koeren, dus de belangrijkste soort is ook weer in de tas. 

Bij Markenje schrijven we hierna eindelijk ZWARTKOPMEEUW (148) bij en lopen er nog wat ROTGANZEN (149) en een enkele STRANDPLEVIER (150). We zitten dus al op de 150 soorten, en dat rond half 4! Nog een paar soorten en we hebben het record van onszelf geëvenaard! Aan de andere kant helpen wat BAARDMANNETJE (151), de ZWARTE ROTGANS (152) tussen de rotganzen en eindelijk een BLAUWBORST (153) die eventjes een zangvlucht maakt daar heel hard aan mee, het gaat fantastisch! 

We knallen door richting Herkingen, maar als we voor de zoveelste keer de auto aan de kant gooien (veel aalscholvers hoog overvliegend), blijkt het deze keer niet tevergeefs te zijn. Een SMELLEKEN (154) komt prachtig langs en ons record is geëvenaard! Op naar de 160, want we moeten nog een aantal hele simpele soorten. Bij een plasje staat een GROTE ZILVERREIGER (155) te pitten, waarna we doorrijden naar een volgend plasje.
Smelleken                                                                         ©Laurens van der Padt
Voordat we daar zijn komt echter een prachtige visarend langs zeilen. We hadden 'm natuurlijk al, maar we genieten toch eventjes van dit exemplaar dat mooi langs komt flappen.
Visarend                                                                      ©Laurens van der Padt
In het plasje rijgen de verrassingen zich aaneen, want een KLEINE STRANDLOPER (156) is een hele fijne soort om bij te schrijven, terwijl een tweetal steltkluten dat er ook blijkt te lopen natuurlijk gewoon een mooie soort is om zo zelf te vinden! Verder zien we ook nog goede soorten als watersnip en zomertaling, maar daar hebben we even niks aan. Door dus!
Spannende plasjes bij Herkingen
Op de Slikken van Flakkee loopt eindelijk een KLEINE ZILVERREIGER (157), maar qua steltlopers hebben we verder alles al. Toch checken we nog een 3de plasje bij Herkingen waar we in 2015 temmincks strandlopers hadden. Nu echter niet, helaas. Een flamingo bij Battenoord blijkt een Chileense te zijn, daar kopen we dus helemaal niks voor. Een GROENE SPECHT (158) lacht ons hier echter toe, waardoor het toch weer niet voor niks was. Eindelijk kunnen we deze toch bijschrijven, terwijl we aan een grote lijster alhier ook niks meer hebben. 

Op het Volkerak blijkt de roodhalsfuut niet te zwemmen, en ook is er geen geoorde fuut te bekennen. Toch wel een kleine domper, zeker als we hierna 25 minuten omrijden voor een plasje waar temmincks strandlopers waren gezien. Dat levert enkel een kleine strandloper op, dus snel weer terug naar Volkerak. Een IJSDUIKER (159) blijkt daar nogal flink te duiken, maar gelukkig ziet iedereen hem uiteindelijk toch. 

Bij de Hellegatsplaten kunnen we het record gaan verbreken met soorten als zeearend en matkop, maar uiteindelijk zien we die beide soorten niet. Dankzij een tip van Dirk van Straalen zoeken we hier echter wel goed naar een grote zeeëend, wat in eerste instantie alleen een GEOORDE FUUT (160) oplevert. Het record is geëvenaard!! We blijven nog stug doorzoeken naar de GROTE ZEEËEND (161) en zowaar dobbert hij er toch, heerlijk! We hebben het record in de tas! Nu nog doorstomen! 
Record!!!                                                                           ©Laurens van der Wind

Bij Numansdorp blijkt een poging voor een bonte vliegenvanger langs het Haringvliet een deceptie te zijn en kost alleen maar tijd. Vergeten en doorrijden dus maar. Langs de A29 even later ook al geen casarca's, maar gelukkig zien we nu de BUFFELKOPEEND (162) wel op de Gaatkensplas. In Ambacht kunnen we nog een goeie slag slaan, en die slaan we ook. Terwijl we op de Sophiapolder kijken horen we een IJSVOGEL (163) en staan in een groep meeuwen zowel PONTISCHE (164) als GEELPOOTMEEUW (165). Bam Bam!
Pontische (links) en geelpootmeeuw
Snel de Alblasserwaard in voor een vroege spotvogel, maar voordat we daar zijn schrijven we al PURPERREIGER (166) bij. De SPOTVOGEL (167) tettert gelukkig ook lekker in de bosjes, waarna we vertwijfeld staan wat we nu nog moeten doen. De reuzenstern en witvleugelstern bij Kinderdijk wimpelen we af, die waren immers al even niet meer gezien (bleek achteraf niet zo te zijn) en daarvoor moesten we lopen. Niet iedereen had puf meer om nog door te stomen richting Zoetermeer voor velduil, patrijs en steppekiekendief, dus besloten we de dag af te sluiten met de WITOOGEEND (168) in Rhoon. Na even zoeken is deze ook gevonden en blijven we steken op 168 soorten.
De zon gaat onder...
Rond 22u zijn we weer in Ambacht na een dag keihard gevogeld te hebben: met resultaat! Het record aantal vogelsoorten in Zuid-Holland op één dag is namelijk ruim verbroken, dus de hoop is maar dat dat voorlopig blijft staan. En anders gaan we er volgend jaar natuurlijk gewoon weer overheen, want hoger dan dit aantal kan het zeker. Een aantal makkelijk soorten hebben we namelijk nog gemist, zoals ransuil, patrijs, goudvink, kleine bonte specht, zeearend, matkop, witgat (zoals altijd), wielewaal, dus de 170 moet makkelijk kunnen. Het team van Hagenezen hoopt over een week te gaan, dus het is nog even spannend of het record blijft staan voor een week of voor een jaar...

EDIT: ondertussen is duidelijk dat de Hagenezen de 168 niet hebben gehaald, dus volgend jaar mogen we ons eigen record gaan aanscherpen.

dinsdag 2 mei 2017

Van steltkluten tot dodaars in de Crezéepolder

Voor het leren sta ik vanochtend toch nog even in de Crezéepolder voor een trektelling, maar heel veel vliegt er niet over. In de polder zelf vliegt met name nog wel het één en ander rond, zoals nog twee temmincks strandlopers, een bosruiter, oeverlopers, zwarte ruiter, tientallen kemphanen die flink lopen te vechten en te baltsen, twee pontische meeuwen en ook nog steeds twee smienten. Die laatsten zijn nog wel belangrijk voor de Zuid-Holland Big Day die we zaterdag gaan houden, je weet het nooit of het nog belangrijk is. Een dodaars voor de telpost is ook een leuke verrassing, kennelijk broeden deze kleinste fuutjes toch in het gebied. Leuk!
Oeverloper
Dodaars
Waar de dodaars vermoedelijk een nest heeft gemaakt op het eiland, proberen sommige futen en meerkoeten dat wel gewoon op het water. Het enige probleem in de polder is dus alleen dat het nest twee keer een meter op en neer gaat per dag, dus het kan niet vast aan de kant liggen. Ze bouwen het dan ook dusdanig in een rietkraagje dat het niet wegdrijft. Mooi om te zien!
Fuut
In het uiterste zuidelijke hoekje lopen nog steeds de twee steltkluten rond, en ze blijken aardig tam te zijn. Een kwartiertje geniet ik van deze beesten als ze al foeragerend vlak langs me komen lopen, maar het laatste stukje vertrouwde ze niet en vlogen ze langs. Wat een gave vogels met die enorme poten eronder. Fantastisch!




Steltkluten
In het uiteinde van de slenk is nog weer een vis aangespoeld, zoals dat elke dag wel in de polder ergens gebeurd. Dat trekt altijd meeuwen, maar een grote mantelmeeuw is dan altijd de baas erover. Die staat bovenaan, waarbij vaak pontische en zilvermeeuwen er zielig omheen staan en af en toe proberen een stukje te stelen.
Grote mantelmeeuw

Grote mantelmeeuw en pontische meeuw
Vanmiddag kan ik het weer niet laten om nog even in de polder te kijken, maar door een naderende bui houd ik het daar niet lang uit. Wel zijn een noordse kwikstaart en een zilverplevier leuke soorten! Tijd voor die echte goede steltloper hier in het binnenland!

maandag 1 mei 2017

Temmincks strandlopers, fluiter, draaihals en steltkluten!

Afgelopen zaterdag was het een keertje niet vogelen op IJsselmonde, maar liep ik met wat studiegenoten op het militair oefenterrein bij 't Harde waar we een rondleiding kregen. Een erg mooi en bovenal bijzonder gebied, waar onder andere de enige populatie van de kleine wrattenbijter huisvest. De enige Nederlandse sprinkhanensoort die ik nog 'moet' in Nederland, maar op dit streng beveiligde terrein niet te zien is. Nu was het daar ook nog te vroeg voor, maar we hebben ons uitstekend vermaakt met veel boomleeuweriken, geelgorzen, beflijsters en interessante inkijkjes in het beheer dat daar wordt gevoerd.
ASK 't Harde
Vandaag kan ik die gemiste vogeluurtjes op IJsselmonde weer inhalen, aangezien ik vrij heb om te leren voor tentamens. In mei leren is niet altijd makkelijk, en zeker niet nadat het gisteren met de vogeltrek helemaal los ging. Vandaag moet er dus nog wel wat te halen zijn, dus vanochtend ben ik dan ook al vroeg in de Crezéepolder. Het is opkomend tij, maar duidelijk is dat er wel steltlopers in de polder zitten. Een groepje bontbekplevieren met een bonte strandloper loopt rond, een groepje van vijf bosruiters zit er en plotseling valt mijn oog op een groepje kleinere steltlopers. Als ze even landen blijken het om temmincks strandlopers te gaan, leuk! De eerste weer van het voorjaar.

In de polder zie ik verder nog wat zomertalingen, een zwarte ruiter, pontische meeuw, tientallen oeverlopers, de bekende engelse kwikstaart en kan ik de twee steltkluten zo snel niet vinden. Aangezien ik ook doorkrijg dat er in het Zuiderpark in Rotterdam twee fluiters aan het zingen zijn, ga ik na thuis toch nog even in de boeken gedoken te zijn die kant op. Bij de kinderboerderij zie ik Jeroen van der Giessen al lopen en niet veel later hoor ik de fluiter zingen. Leuk! Zeker omdat het precies hetzelfde stukjes is als drie jaar geleden, toen er hier ook een exemplaar zat te zingen.
Engelse kwikstaart
Pontische meeuw
Een draaihals was gisteren gevonden langs de Rhoonse Baan, dus daar ga ik vervolgens nog even naar zoeken. Het is een flink stuk om door te struinen, maar na even zoeken heb ik de draaihals gevonden. Het beestje is aardig schuw, maar ondanks dat laat hij zich nog aardig zien in de wilgjes. Altijd leuk!
Draaihals
Daarnaast zie ik op het stuk nog een viertal paapjes en enkele boompiepers. Leuke soorten die altijd op die half open terreinen met wilgenopslag opduiken.
Paapje
Boompieper
Door de polders rijd ik vervolgens door richting Heerjansdam, waar ik ook nog wat rondstruin. Iets zelf vinden lukt me niet en verder dan nog twee mooie paapjes kom ik niet. Deze soort is overigens in het voorjaar wel stukken mooier dan in het najaar, wat een schoonheden die mannetjes!
Paapje
Als ik bij Heerjansdam loop krijg ik het bericht te horen dat er maar liefst zes steltkluten zijn gefotografeerd in Waalbos! Een paar dagen geleden zag ik mijn eerste paartje en tien minuten na de melding sta ik na inderdaad een heel groepje steltkluten te kijken. Bizar! Tot meer dan vijf kom ik overigens niet, maar dat doet er niet echt toe. Een erg gave waarneming van deze Zuid-Europese soort, maar dit groepje heeft wel meer weg van een groepje doortrekkers. Een potentieel broedgeval lijkt het zo in ieder geval niet te zijn.

Steltkluten
's Avonds ben ik ook weer even in de Crezéepolder, waar het paartje steltkluut nu wel weer rondloopt. Het blijven dan toch ook, ondanks hun opvallende uiterlijk, onopvallende beesten als ze in een begroeid hoekje foerageren. Verder lopen er nog wat noordse kwikstaarten, maar andere goede soorten zitten er niet in. Ook de Sophiapolder is niks, alhoewel een Poolse pontische meeuw nog wel leuk is, ook al lukt het me door de afstand niet de ring af te lezen.
Poolse pontische meeuw 2kj
Als de duisternis is ingevallen doe ik ten slotte nog een rondje met Laurens van der Padt en Laurens van der Wind langs de Devel als voorbereiding op de Big Days die er aan zitten te komen. De roerdomp blijkt er nog te zitten, net als dat snorren en waterrallen nog van zich laten horen. Ransuil horen we zo snel niet, maar een kerkuil die luid zit te sissen bij Heerjansdam is nog wel een leuke verrassing.

Al met al eigenlijk een bizarre dag op IJsselmonde met veel goede soorten, zoals draaihals, fluiter, steltkluut en temmincks strandloper. Een fijne lading weer voor de IJsselmondejaarlijst erbij. En dan maar zien te leren voor een tentamen...