maandag 11 december 2017

Stilte voor de (sneeuw)storm

Deze week ben ik vrij vanwege studieverlof, dus vanochtend maakte ik voordat de sneeuwval Ambacht bereikte nog een rondje door het Waalbos en Polder Sandelingen. Het was knap fris, maar veel spannends leverde het helaas niet op. Wat dat betreft een stilte voor de storm, want wie weet wat de voorspelde centimeters sneeuw voor beweging gaan brengen morgen... In Waalbos was het echter niet saai, wat het is nu een grote uitgestrekte vlakte waar de jonge boompjes zijn gepland, waar het een eldorado moet zijn voor muizen en dergelijke. Dat blijkt ook wel uit een zevental torenvalken en flink wat buizerds. De blauwe kiekendief die hier vanmiddag werd gezien (niet door mij helaas) laat ook wel zien dat er genoeg te halen valt. Verder zijn ook een jonge pontische en geelpootmeeuw wel goede soorten voor het gebied. Een klapekster of iets dergelijks zit er helaas niet... 
Winter in Polder Sandelingen
Als het al even heeft gesneeuwd en het aardig droog lijkt te worden besluit ik vanmiddag nog even naar de Karwei te fietsen. Daar vlakbij tref ik op wat onkruidbulten al een groep vinken, ringmussen, rietgorzen en een keep aan. Bij de Karwei zelf blijken tussen de putters ook nog zeker wel een tiental grote en een kleine barmsijs rond te hangen. Ze laten zich fraai bekijken, maar het gaat harder en harder sneeuwen, dus het zich is niet optimaal. Desondanks lijkt de witstuitbarmsijs er niet tussen de zitten, maar morgen moet dat nog maar even gecheckt worden voor de zekerheid... 
Grote barmsijs man

zaterdag 9 december 2017

Vergeefse poging voor een hop, maar niet onaardig

Afgelopen zondag werd in Smitshoek in twee verschillende tuinen een hop gefotografeerd. Sindsdien ontbrak ieder spoor van deze vogel, maar aangezien het winter is en de vogel waarschijnlijk niet verder is getrokken, besluiten Laurens van der Wind en ik vandaag een poging te wagen. Een hop heb ik namelijk nog niet op mijn IJsselmondelijst en ook voor de jaarlijst zou het een erg goede zijn! Matthieu Plaisier en Arne van Wingerden hebben ook wel oren naar de zoektocht, waardoor we met z'n vieren vanaf half negen de wijk doorkruisen. Door het vele water valt het echter niet mee en al de tuintjes zijn heel goed afgeschermd. Het is hopen op een vluchtwaarneming of op een openbaar stuk grond, maar helaas. Als het om 9:45 ook nog een begint te regenen en hagelen houden we het voor gezien, wellicht vanmiddag nog een poging.
Smitshoek
Het weer dwingt ons tot wat autovogelen, zodat we besluiten de Rotterdamse havens maar af te rijden. Langs de Petroleumweg en Vondelingenweg levert dat op het water niet meer dan de gebruikelijke krakeenden, futen, aalscholvers en meerkoeten op. Helaas... Verder struinen we nog wat rond, maar verder dan wat grote gele kwikstaarten en een gewonde kleine mantelmeeuw komen we niet. In Pernis is het ook stil op de begraafplaats, maar elders in het dorp komen we nog wel een drietal grote barmsijzen tegen. Altijd leuk!
Vogelen langs de Petroleumweg
De Waalhaven ziet er ook altijd veelbelovend uit, maar op het water zwemt geen noemenswaardige soort. Op wat braakliggende terreintjes komen we uiteindelijk nog wel wat groepjes putters, graspiepers, een grote gele en witte kwikstaart, zwarte roodstaart en kneuen tegen. Een zeldzaamheid zit ook daar niet tussen, maar het blijft spannend vogelen!
Struinen in de Waalhaven
Het is ondertussen droog, dus we lopen hierna ook weer een uur door Smitshoek. De hop blijft helaas onvindbaar. We bellen nog even aan bij de bewoners van de gelukkigen van zondag, maar ook daar is de vogel niet meer langsgekomen. Ook mensen die over straat lopen hebben 'm niet gezien of er van gehoord. Het blijkt dan ook tamelijk kansloos en de enige mogelijkheid om de vogel te zien is als duidelijk wordt waar de vogel frequent komt, zoals de slaapplaats. Maar zie dat maar eens te vinden... Hopelijk volgt nog een winterwaarneming van een bewoner.
Smitshoek
We binnendoor terug wat uiteindelijk in Waalbos een erg fraaie kleine rietgans oplevert tussen de grauwe ganzen. De vogel loopt niet ver en laat zich mooi bekijken. Het is pas mijn derde waarneming van deze soort op IJsselmonde, nadat vorig jaar in december enige tijd een exemplaar in de Crezéepolder verbleef. Dat zou natuurlijk ook zomaar dezelfde vogel kunnen zijn die met de grauwe ganzen optrekt.

Kleine rietgans
Ten slotte loop ik met Arne in het eind van de middag nog even door de Crezéepolder en op de braakliggende terreinen langs de Rietbaan. Hier blijken nu geen barmsijzen meer te zitten, maar wel zien we nog een groepje kneuen en een bokje. Al met al dus helaas geen hop, maar desalniettemin was het niet onaardig vogelen vandaag.

zaterdag 2 december 2017

Winterse IJsselmonde Big Day in een kleine wereld

Na de succesvolle Big Day op IJsselmonde in mei, met o.a. een gestreepte strandloper, kleine bonte specht en rotganzen, werd vandaag de wintereditie gehouden. Vijf teams hebben tegen elkaar gestreden voor de hoogste soortenlijst.Om 4:00 zouden Laurens van der Padt, Laurens van der Wind en ik van start gaan. We hebben zo 3,5 uur voor uilen, maar aangezien er op dit moment geen bekende roestplaats van ransuilen is, hebben we dat wellicht wel nodig. Verder kunnen we ’s nachts eventueel al lastige soorten als buffelkopeend proberen.

Laurens van der Padt verslaapt zich echter een kwartiertje, zodat we wat later van start gaan, maar het valt mee. Het weer val daarentegen niet mee, want het zit potdicht van de mist en heel veel verder dan 100 meter kunnen we niet kijken. Desalniettemin verschijnt op de Achterambachtseweg de eerste soorten in de koplampen van de auto: een BLAUWE REIGER (1) staat in de berm.Via de Waalweg rijden we richting de Devel, maar helaas nog zonder ransuilen. Wel is duidelijk dat áls we een ransuil gaan zien, hij op de paaltjes langs de weg moet zitten. Anders is het geen doen. Bij de Devel stappen we even uit in het nachtelijk duister en horen zo wat KOLGANZEN (2) overtrekken. Daarnaast roept een enkele WILDE EEND (3) en MEERKOET (4) door de nacht. Op maar richting Barendrecht om in ieder geval kerk- en bosuil bij te schrijven.

Bij de Carnisse grienden zijn we niet de enige als we aankomen, op de parkeerplaats zit rond 5:00 een tweetal figuren met keiharde muziek aan in een auto. Ieder zo z’n hobby… De bosuil laat eerst even op zich wachten, maar we kunnen nog wel overtrekkende BRANDGANZEN (5) en een SMIENT (6) noteren. In de grienden zelf roepen nog wat GRAUWE GANZEN (7) en uit het riet schreeuwt een WATERRAL (8). Als we weer richting de auto lopen begint ook het mannetje BOSUIL (9) te roepen, een prachtig geluid! Voor kerkuil moeten we de polders in, maar het duurt niet lang of bij een schuur horen we een KERKUIL (10) rondjes vliegen. Tevens komen we hier rond 5:37 het team Matthieu Plaisier, Julian de Frel en Thomas Los tegen, op de fiets. Dat is pas echt big dayen…

Aangezien we bos- en kerkuil hebben, rest enkel nog de ransuil. Eerst rijden we echter nog naar Rotterdam-Zuid, waar een tweetal OOIEVAARS (11) eenvoudig te zien zijn op de lantarenpalen. Daar hoeven we dus geen tijd meer in te steken vandaag. Een MEREL (12) roept hier nog verschrikt in de bosjes, waarna we weer richting de Zwijndrechtse waard gaan voor ransuilen. Weer is de Waalweg aan de beurt en nu is het wel raak, onverwacht! Opeens zit er op één van de paaltjes die uit de mist opdoemen namelijk een RANSUIL (13), pal langs de weg! We zijn nu dus klaar voor de nacht, maar gezien de tijd (6:00), moeten we nog even wachten tot het licht is. We rijden nog wat rond, horen zo een WATERHOEN (14) en praten nog even bij met Hans en Jankees Bossenbroek. Dat hoort er allemaal bij.
Ooievaar
Om half 8 stappen we op de fiets richting de Crezéepolder, terwijl de eerste ROODBORSTEN (15) overal wakker worden. In de polder gaat het ondanks dat het nog donker is aardig snel met veel WATERSNIPPEN (16), KRAKEEND (17), ZWARTE KRAAIEN (18), FUUT (19), WINTERTALINGEN (20), CANADESE GANZEN (21), BERGEENDEN (22) en een overvliegende KOPERWIEK (23). Het belangrijkste zijn hier de rietsoorten, en die werken goed mee! Een CETTI’S ZANGER (24) tettert, een RIETGORS (25) roept, WINTERKONING (26) ratelt en BAARDMAN (27) en BUIDELMEES (28) kunnen we zelfs tegelijk opnemen! Uniek voor IJsselmonde.

We fietsen vervolgens de dijk maar rond, want op het water is door de dichte mist helemaal niks te zien. Een oeverpieper levert het helaas niet op, maar uiteindelijk schrijven we nog wel KRAMSVOGEL (29), WATERPIEPER (30), KOKMEEUW (31), GRASPIEPER (32), STORMMEEUW (33), GROTE GELE KWIKSTAART (34), SLOBEEND (35), ZILVERMEEUW (36) en KIEVITEN (37) bij. Ook het braakliggende veld is goed voor de lijst met VINKEN (38), daartussen wat KEPEN (39) en RINGMUSSEN (40), HOUTDUIF (41), EKSTER (42) en VELDLEEUWERIKEN (43). Plotseling worden we gebeld door het team Dave vd Spoel en Jeroen en René van der Giessen, dat ze een VELDUIL (44) hebben opgestoten. Door de mist zijn ze uiteraard niet te zien, maar even later weten we ‘m zowaar toch nog op te stoten. Wat een fraaie vogel blijft dat toch. Terwijl we rondlopen horen we ten slotte nog een WITGAT (45) roepen, een mooie bonus voor de dag!

Aangezien het er niet naar uit ziet dat het op gaat klaren, moeten we nu zo snel mogelijk alle zangvogels en dergelijke maar op gaan snorren. Wie weet kunnen we vanmiddag dan nog weer terug komen voor bijvoorbeeld kemphaan. Zo fietsen we dus om 9:00 de Crezéepolder uit zonder soorten als koolmees en dergelijk, iets wat je in mei niet voor kan stellen. We zitten dan ook nog maar op ongeveer de helft van de soorten die je in het voorjaar al rond deze tijd gezien hebt. Van sprokkelen is nu dus voorlopig geen sprake.

De braakliggende terreinen langs de Rietbaan is het volgende doel, wellicht zit de mogelijke witstuitbarmsijs van gisteren er nog. Onderweg zien we nog KNOBBELZWAAN (46), AALSCHOLVER (47) en VUURGOUDHAANTJES (48), terwijl we op het veld al snel een groep PUTTERS (49) met een GROTE BARMSIJS (50) gevonden hebben. Even later vinden we nog twee grote barmsijzen samen met een KLEINE BARMSIJS (51), terwijl we nog meerder barmsijzen over horen komen met daarbij minimaal één SIJS (52). De barmsijzen zijn daarbij ook nog eens heerlijk tam, want een leuke beestjes om naar te kijken!
Kleine barmsijs
Kleine (links) en grote barmsijs (rechts)
Barmsijzen
In Ambacht is de overwinterende ZWARTKOPMEEUW (53) zoals verwacht heel eenvoudig en schrijven we tevens makkelijke soorten als KAUW (54), SPREEUW (55), BOOMKRUIPER (56), KOOLMEES (57), GROTE BONTE SPECHT (58) en TURKSE TORTEL (59) bij. Leuk is een adult GEELPOOTMEEUW (60) aan de rand van Polder Sandelingen, die daar vermoedelijk ook al in de winters 2014-2015 en 2015-2016 zat als onvolwassen, maar nu dus adult. Fraai! In de polder zien we als we er doorheen fietsen nog PIMPELMEES (61), KUIFEEND (62), ZANGLIJSTER (63) en HUISMUS (64). In Waalbos zijn het GAAI (65), HEGGENMUS (66), HOLENDUIF (67), TORENVALK (68), PIJLSTAART (69) en GROTE ZILVERREIGER (70) die we bij kunnen schrijven. Met name met de laatste zijn we blij, want in deze kleine wereld van vandaag kan die zomaar heel erg lastig gaan worden…
Mistig Waalbos
Op het Waaltje is niet veel te zien door de mist, maar het mannetje GROTE ZAAGBEK (71) zit tot onze verrassing vlak onder kant. Prachtig! Ook een DODAARS (72) en TAFELEEND (73) schrijven we bij alvorens we doorgaan richting de Molenwei. Daar blijkt een mannetje ROODBORSTTAPUIT (74) nog steeds aanwezig op zijn vertrouwde plekje en blijkt onze houtsnippenplek wel heel erg dichtgegroeid. We besteden er dus maar niet teveel aandacht aan, tikken een SPERWER (75), BUIZERD (76) en STAARTMEES (77) binnen en we reizen snel weer af naar Ambacht. Op het veld bij de Karwei is de witstuitbarmsijs weer in beeld, dus daar moeten we maar gelijk mee afrekenen.
Terwijl we in Ambacht weer op de auto overstappen kijkt een GROENLING (78) toe vanuit een linde. Op het veld is door de aanwezige groep vogelaars het groepje barmsijzen snel gevonden. De WITSTUITBARMSIJS (79) knalt er toch wel echt uit, veel meer dan ik gisteren had verwacht aan de hand van de foto’s. De witte stuit bij het opvliegen en ook het algehele lichte uiterlijk. Ondertussen was ook wel duidelijk dat het weldegelijk om deze soort gaan, alhoewel het in de toekomst zal moeten uitwijzen in hoeverre het een aparte soort is of niet…
Het veld bij de Karwei
Met deze knaller op zak (het is gewoon de eerste voor IJsselmonde!) gaan we door richting het Donckse Bos. Een GOUDHAAN (80) horen we vrijwel gelijk als we erin lopen en het duurt gelukkig ook niet heel lang voordat we BOOMKLEVER (81) kunnen bijschrijven. Een groene specht, ijsvogel of appelvink laat het helaas afweten. Dat zijn soorten die we echt nog ergens moeten gaan zien te vinden… Als we van Kees van der Wind horen dat op Donkersloot een KLEINE MANTELMEEUW (82) zit, rijden we even terug, tikken ‘m binnen en gaan door richting het Eiland van Brienenoord voor de resterende meeuwen. Een PONTISCHE MEEUW (83) en GROTE MANTELMEEUW (84) staan gelukkig op het dammetje, terwijl een stukje verderop een SCHOLEKSTER (85) in de berm loopt. Dat gaat lekker! Door Rotterdam rijden we naar de Waalhaven, waar we ergens diep tussen de loodsen een ZWARTE ROODSTAART (86) zien die we ook hadden ‘voorbereid’.  Altijd handig. De slechtvalk blijkt met deze mist ondoenlijk. Met vlagen zien we soms de kast hangen, maar in geen velden of wegen is enig teken van leven te bespeuren. De ROEKEN (87) daarentegen lopen we in de berm, zoals ze hier altijd doen.
Mast in de Waalhaven
In Bos Valckestijn moet het doek gaan vallen voor appelvink, ijsvogel, groene specht en matkop. Helaas, helaas. Al deze vier lukken niet, maar een TJIFTJAF (88) in een grote groep mezen en overvliegende TOENDRARIETGANZEN (89) zijn daarentegen natuurlijk mooie vergoedingen. Tegen de verwachtingen in lukt in Poortugaal even later wel een GOUDVINK (90), die precies in komt vallen. Ook de ZWARTE MEES (91) op het Delta-terrein langs de Oude-Maas doet het goed, maar weer geen groene specht of ijsvogel. Ondertussen is het een uurtje of half drie, dus heel veel tijd hebben we niet meer en de 100 soorten lijkt dan ook net te hoog gegrepen te zijn. Desalniettemin gaan we keihard door voor het zo hoog mogelijke aantal.

De Rhoonse grienden zijn goed voor MATKOP (92), terwijl we in de polders snel de KNEUEN (93) hebben gevonden. Ook de grote groep WITTE KWIKSTAARTEN (94) die al even rondhangt is simpel, maar de buffelkopeend blijkt helaas onvindbaar. Ondanks dat we echt tijd in de vogel steken krijgen we ‘m niet gevonden, we weten hem niet uit de mist te halen. Helaas, maar we moeten door. Op de nieuwe begraafplaats van Barendrecht blijkt GROENE SPECHT (95) gelukkig simpel, eindelijk! De brilduikers op het Waaltje willen daarentegen wéér niet lukken. Jammer, jammer. We moeten ook nog steeds ijsvogel, dus rijden snel naar de Wevershoek. Daar blijkt IJSVOGEL (96) simpel en zo staan we om 16:00 daar met een flink gevulde soortenlijst. Een BOKJE (97) bij het nabijgelegen station van Barendrecht blijkt gelukkig eenvoudig en kunnen we nog bijschrijven. Maar wat nu te doen?
We hebben nog een krap half uurtje licht. De eenden willen niet lukken, ook kemphanen in de Crezéepolder lijkt kansloos dus we moeten ons pijlen richten op houtsnip of slechtvalk. Uiteindelijk kiezen we toch voor die laatste, maar helaas komen we bij de toren in de Waalhaven geen steek verder dan in de middag. Veel mist en geen slechtvalken te bekennen. Een rondje over Heijplaat is nog een ultieme poging voor een houtsnip, maar we stappen om 17:00 met 97 soorten in de auto. Een aantal waar we zeer tevreden mee zijn, maar we beseffen ook dat het met goed weer in de winter dus mogelijk is om de 100 soorten te passeren! Uiteindelijk blijkt het ook dat we gewonnen hebben, terwijl vandaag totaal 104 soorten op het eiland zijn gezien. Een prachtig aantal gezien het weer!

vrijdag 1 december 2017

Voorbereidingsrondje met barmsijzen

Nadat in het voorjaar met succes een Big Day was gehouden op IJsselmonde, was de vraag opgekomen hoeveel dat in de winter zou moeten kunnen opleveren. Morgen zal die proef op de som genomen worden en hopen vijf teams tegen elkaar te strijden voor de hoogste soortenlijst, gezelligheid en natuurlijk die knaller. Vanochtend ben ik vrij, dus ik besluit wat voorbereidend werk te doen rond Ambacht. Sommige dingen zijn nou eenmaal handig om te weten.

In eerste instantie wil ik beginnen met een trektelling in de Crezéepolder, maar als ik daar aankom duurt het niet lang of de hele polder is in dichte mist gehuld. Daar komt hij ook niet meer uit. Desalniettemin valt er nog wel wat te doen, namelijk kijken of de buidelmees en baardman nog present zijn. Een buidelmees werd bijna de gehele maand oktober in het gebied gehoord, dus die zou zomaar nog rond kunnen hangen. Dat blijkt inderdaad ook zo te zijn als ik de vogel een aantal keer hoor roepen en 'm zelfs ook nog even mooi in de kijker heb. Toch wel een erg fraaie soort!

Als even later ook nog een baardman aanwezig blijkt te zijn is het hoofdstuk Crezéepolder voor morgen nu al een succesverhaal. Ook op het veld blijken namelijk veel vinken, ringmussen, wat kepen en zelfs een groepje grote barmsijzen aanwezig te zijn. Die laatste blijken helaas weer snel vertrokken, maar die kepen zijn ook erg fijn voor morgen!
Graspieper
Door de barmsijzen ben ik toch wat nieuwsgierig of er wellicht nog meer rondhangen in Ambacht. Daarom fiets ik nog even langs wat ruige veldjes bij de Rietbaan, en inderdaad! Gelijk stuit ik op een groepje van 18 grote barmsijzen. Ze zijn reuze tam, tot op een paar meter te zien, maar m'n camera is tot mijn spijt helaas leeg. Een spannende lichte vogel zie ik zo snel niet ertussen zitten. Op het veld bij de Karwei blijkt even later ook een zevental tussen een flinke groep putters te zitten. Leuk! Dat moet morgen dus wel goed komen wat grote barmsijzen betreft...

's Middags blijkt er overigens uiteindelijk toch een zeer waarschijnlijke witstuitbarmsijs tussen te zitten. Er blijkt flink wat uitwisseling te zijn van de groep, wat zou kunnen verklaren dat ik 'm niet gezien heb. Misschien heb ik er ook wel gewoon overheen gekeken, aangezien toch m'n camera leeg was... Het is wel de eerste voor IJssemonde, maar gelukkig bleek het de volgende dag goed te komen...

zaterdag 25 november 2017

Barmsijzen en nog eens barmsijzen!

Elk najaar is het weer een verrassing of we nog een invasie van noordelijke soorten krijgen, zou het bijvoorbeeld eindelijk weer eens een notenkrakerwinter gaan worden? Helaas blijkt dat dit jaar weer niet te gebeuren, maar in genoeg andere soorten zit wel beweging. Zo komen veel grote kruisbekken, kruisbekken en ook opvallend veel appelvinken door dit najaar, maar nog meer! Vanaf november worden in Litouwen plotseling veel grote barmsijzen gevangen, tot wel over 500 op een dag, daar zit dus beweging in! Inderdaad duurt het niet veel langer dan een week voordat de eerste groepjes in Nederland worden gemeld en worden gevangen. Ondertussen zitten er al heel veel grote barmsijzen, die vermoedelijk door voedseltekort in Scandinavië naar het zuiden zijn getrokken.

Voor vandaag had ik eigenlijk gewoon weer een dag op IJsselmonde in m'n hoofd, maar dan om ergens grote barmsijzen te vinden. Gisteren vroeg Vincent van de Spek echter of ik kwam ringen, want met een grote barmsijzen kan het aardig losgaan op de ringbaan. De soort reageert fantastisch op geluid en hele groepen willen wel het net in vliegen. Dan is genoeg mankracht cruciaal. Een auto heb ik niet, maar gelukkig kan ik met Dave van de Spoel vanochtend in alle vroegte afreizen richting VRS Meijendel. Aangezien het de afgelopen dagen nogal onstuimig weer was, zijn niet veel barmsijzen gevangen. Toch hadden ze gisteren nog ruim zestig barmsijzen, maar wie weet wat vandaag het net in gaat vliegen met relatief mooi weer. De verwachting zijn hoog gespannen!

Om zeven uur lopen we de ringbaan op, waar gelijk de netten uitgeschoven moeten worden. De netten zijn zelfs aangevroren, dat is wel even geleden dat het zo koud was! Rond acht uur staat alles klaar en kunnen we los, maar een houtsnip lukt helaas in de schemer niet. Een soort die nog wel op m'n wenslijstje staat... Twee uilen zien we nog wel hoog overvliegen, vermoedelijk veld- of ransuilen, maar meer dan een silheout zien we niet.

Het eerste rondje is altijd goed voor lijsters, zo ook vandaag. Naast wat goudhaantjes, merels en een zanglijster hangt er nu ook een kramsvogel bij. Een schitterende soort die voor mij nog nieuw is op de ringbaan, leuk! Met nieuwe soorten is het altijd weer leuk om te kijken hoe die op de juist leeftijd gebracht moet worden, maar met kramsvogels gaat het net als met alle lijsters om een contrast in de grote dekveren, waarbij jonge veren en volwassen veren een contrast vormen.
Merel vrouw
Kramsvogel
Voordat we het tweede rondje lopen hebben we de eerste groepjes barmsijzen al over zien trekken, maar die leken weinig aanstalten te maken om te landen. Desalniettemin hangt gelukkig een netje aardig vol met grote barmsijzen, prachtig! Een kleine barmsijs die ertussen hangt is gelijk anders, dat blijkt over het algemeen niet zo lastig te zijn. Desalniettemin zijn er twee exemplaren waar we geen soortnaam aan durven plakken, zo is het dan ook wel weer. De overlap is er dus wel degelijk, maar de uiterste lijken niet eens op elkaar... Qua formaat niet, maar ook de kleurtint is totaal verschillend.
Grote barmsijs
Kleine barmsijs
Dat maakt de kwestie van deze (onder)soorten natuurlijk lastig, aangezien de verspreiding van de grote en kleine barmsijs aanzienlijk verschilt. De kleine barmsijs is namelijk een broedvogel van veel gematigdere streken en broedt ook in Nederland, terwijl de grote barmsijs een broedvogel is van het arctisch gebied.
Kleine (links) en grote barmsijs


De variatie binnen grote barmsijs is echter ook groot, waardoor het wel echt lastig blijkt te zijn om een eventuele witstuitbarmsijs te determineren. Sommige stuitjes zijn echt behoorlijk wit en ook de onderstaartdekveren kunnen bij grote barmsijs zo goed als ongestreept zijn. Twee kenmerken die normaal goed passen op witstuitbarmsijzen, maar die ook de complexiteit van deze soorten laat zien...
Op het oog bijna witte onderstaartdekveren
Lichte stuit
Wat betreft de leeftijd is het vrij eenduidig. Net zoals met veel soorten is dat namelijk goed te bepalen aan de hand van de puntigheid van de staartpennen. De jonge vogels hebben puntige, verse staartpennen, terwijl bij de oudere de staartpunten zijn gesleten en dus meer afgerond zijn. Tevens is ook bij de jonge barmsijzen een ruicontrast te zien in de grote dekveren, waarbij de 'jonge' veren korter en anders gekleurd zijn dan de volwassen veren.
Adult grote barmsijs (ronde staartpennen)
1kj kleine barmsijs (puntige staartpennen)
Het verschil tussen man en vrouw is er dan ook nog, maar bij de oude vogels is dat wel erg duidelijk. Sommige fel gekleurde mannetjes zijn echt schitterend, waarbij het roze ook op de stuit en een groot deel van de flanken te vinden is. Wat een leuke beestjes in de hand!
Adult vrouw grote barmsijs

Mooi gekleurde mannetje grote barmsijs
Uiteindelijk blijven Dave en ik tot half twee hangen, wat ons totaal ruim tachtig grote en enkele kleine barmsijzen opleverd. Een erg mooi aantal, maar helemaal los is het qua aantallen niet gegaan. Desalniettemin hoor je ons natuurlijk niet klagen, of het moest zijn om de boomleeuwerik die onder het slagnet vandaan wist te ontsnappen door een mankementje. Dat hoort er ook bij...
Grote barmsijs, de mooiste...
Voor de totalen zie hier

Rond een uur of half drie zijn we weer op IJsselmonde, dus dat is mooi op tijd om nog even grote barmsijs op de IJsselmondejaarlijst toe te voegen. Afgelopen zondag werd een prachtige groep van 70 exemplaren gevonden bij de Wevershoek in Barendrecht, maar door drukte kon ik daar van de week helaas niet gaan kijken. Nu gelukkig nog wel, zodat ik met Dave een rondje ga lopen in de hoop op de barmsijzen. Als we echter overal in het bosje zijn geweest hebben we niet meer dan een dodaars, ijsvogel, appelvink, grote gele kwikstaart en een vuurgoudhaan, en lijken de putters, sijzen en barmsijzen het af te laten weten. 

Wanneer we net de terugweg aanvangen hoor ik echter opeens barmsijzen aankomen, en niet veel later landen twee grote barmsijzen voor ons in wat elzen. Ze laten zich erg fraai zien, gaaf! Ondanks dat ik de hele ochtend niks anders zag dan grote barmsijzen is dit toch weer heel anders, terwijl het dezelfde soort is. Het is dan ook pas mijn 9de waarneming van deze soort op IJsselmonde en nummer 206 voor de IJsselmonde jaarlijst! 
Wevershoek
Aangezien het nog licht genoeg is lopen we ook nog even in de Crezéepolder, maar daar blijkt het op wat rietgorzen, watersnippen, veldleeuweriken, kemphanen, witgat en de gebruikelijke eendensoorten na rustig. Al met al echter een prachtig barmsijsdagje gehad!

vrijdag 17 november 2017

Onsuccesvolle poging 'hapax-wegwerken'

In het vogelen komt net zoals in elk ander vakgebied nogal eens wat 'vaktaal' langs, denk bijvoorbeeld alleen al aan het woord 'twitchen'.  Daarnaast zijn ook nog flink wat woorden in gebruik die minder bekend zijn, zoals een 'hapax-wegwerken'. Een hapaxje refeert naar de tweede waarneming van de soort, waarmee de eerste waarneming aanzienlijk kan worden verbeterd. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn als de eerste waarneming niet meer telbaar wordt, of gewoon omdat je een soort dusdanig slecht heb gezien dat je 'm eigenlijk nog wel een keer wilt zien.

Een soort die ik 'slecht' op mijn levenslijst heb staan is de grote kruisbek. In 2013 hoorde ik tijdens een telling op De Vulkaan in Den Haag deze soort voor het eerst, maar te zien kreeg ik ze niet echt. Daarna ben ik ook nooit meer achter een melding aangegaan, waardoor alleen die waarneming op mijn lijst staat. Oók op de Zuid-Hollandlijst, dat dan weer wel...

Een invasie van grote kruisbekken is ook dit jaar weer aan de gang, waardoor ze ook weer hier en daar worden gemeld. Er tegenaan geblunderd ben ik helaas nog niet, maar als ik vanmiddag nog even tijd heb op richting de Edese heide te fietsen doe ik dat toch maar. Hier zat een groepje grote kruisbekken en een aantal dagen geleden waren ze ook nog gezien, dus wie weet gaat het lukken om mijn 'hapaxje' weg te werken.
Edese heide
Uiteindelijk struin ik een uurtje door het dennebos op de heide, maar de grote kruisbekken krijg ik helaas niet te zien of te horen. Verder is het een drukte van belang met veel sijzen, een goudvink, geelgors, zwarte mezen, kuifmezen en het meer normale 'bosspul'. Eenmaal wordt ik opgeschrikt door het 'kuub' van een kruisbek, maar in het veld is al duidelijk dat het geen grote is. Ook blijkt dat later zo te zijn op basis van de opname, waarmee een grote kruisbek prima te onderscheiden is. In dit geval gaat het helaas om een 'type A'-roep van een kruisbek.
Type-A van een kruisbek
Helaas geen grote kruisbek dus, maar zo houden we nog wat in het verschiet...
Edese heide

woensdag 15 november 2017

Nog een paar weken voor een jaarsoortje...

Vanochtend was ik vrij, dus het liefst ben ik dan in Ambacht om wellicht nog iets aan de IJsselmondejaarlijst toe te voegen. De afgelopen dagen is gebleken dat er flink beweging in grote barmsijzen zit, dus dat is wel een beetje de doelsoort voor vanochtend. Vandaar dat ik om acht uur in de Crezéepolder sta in de hoop op een groepje van deze noordelingen, maar het is grauw weer en er vliegt helemaal niks. Een middelste zaagbek die over de rivier naar noord vliegt is nog wel een leuke verrassing, maar meer ook niet. Ondertussen is deze soort niet heel zeldzaam gebleken op IJsselmonde en dit exemplaar is wellicht zelfs al wel langer aanwezig, aangezien in oktober ook een vrouwtje hier werd gezien.
Telpost Crezéepolder
Voor de volledige telling zie hier.

De telling breek ik dus na een uurtje af, waarna het gewoon met de fiets verder gaat natuurlijk. In de Crezéepolder kom ik zo nog wat kemphanen, een tjiftjaf, veldleeuweriken en ringmussen tegen, waarna ik richting de Rietbaan ga. Op de braakliggende terreinen kom ik niet verder dan wat graspiepers, zodat nu de hoop is gevestigd op het Perenlaantje. Hier staan mooie rijen elzen, maar tussen de putters blijken helaas geen barmsijzen aanwezig. Wel hangen er nog wat vinken, rietgorzen en ringmussen in wat ruigte rond, maar ook hier is het stil in het miezerige, koude weer.

Via Zwijndrecht, met nog flink wat vuurgoudhaantjes, wat kramsvogels en een enkele grote gele kwikstaart, kom ik uiteindelijk weer bij het Develbos uit. Daar zit nog steeds een prachtige grote groep putters, maar verder helaas niks ertussen. In het riet nog wel de bekende waterrallen en cetti's zangers, maar daar houdt het mee op. Wat dat betreft is de winter overal neergestreken...

Door het Develbos, Heerjansdam en Waalbos kom ik uiteindelijk weer in Ambacht uit, wat me onderweg nog een overwinterend roodborsttapuit, wat dodaarsjes en een fraaie casarca oplevert. Die laatste was twee weken geleden ook al gemeld maar blijkt dus nog steeds aanwezig in het Waalbos, samen met twee nijlganzen. De vogel blijkt (een paar dagen later) ook nog eens ongeringd te zijn, dus dat is toch wel weer een leuke wintersoort (EDIT: de vogel blijkt later wel geleewiekt te zijn, dus alsnog een escape....). Om een plaatje te maken had ik echter geen tijd, want om 13:17 moest ik weer in de bus springen naar Wageningen. Helaas geen jaarsoort erbij vandaag, dat moet dan de resterende paar weken nog maar gaan gebeuren...
Roodborsttapuit (man)

zaterdag 11 november 2017

Afwisselend dagje met voorbereidingen in de Zegenpolder

In typisch november weer loop ik rond acht uur met Kees en Laurens van der Wind de Crezéepolder in om een klein uurtje te tellen. Om negen uur worden we namelijk weer in Rhoon verwacht voor de uitleg van een inventarisatieproject in de polders aldaar, maar eerst moeten we natuurlijk nog even hier in de polder staan... We zijn maar net van de dijk afgelopen als we plotseling een roepje horen. Na enkele seconden valt het kwartje: geelgors!! We zien hem dan ook vliegen en het beest lijkt in het veld in te vallen, helaas zat m'n recorder nog in m'n zak dus ben ik net te laat voor een opname. We wachten nog even op Dave vd Spoel waarna we de vogel weer proberen te vinden, maar dat lukt helaas niet. Kennelijk was hij toch doorgevlogen, maar toch wel gelijk weer een leuke waarneming! M'n tweede alweer dit jaar, maar voor Laurens is het z'n 200ste soort dit jaar op IJsselmonde!

Tijdens het zoeken op het veld horen we ook plotseling weer het roepje van een ijsgors. Bizar genoeg kunnen we de vogel weer niet vinden, ongelofelijk. Ik heb werkelijk waar geen idee hoe het die ijsgorzen lukt om ongezien over te vliegen, het is dan ook de derde al op deze manier dit jaar...

Keurig om 9:00 arriveren we in de Zegenpolder bij Rhoon, waar dit jaar is gestart met een experiment. Het is namelijk zo dat de polders alhier zouden worden ontpolderd door de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Echter, door o.a. grote tegenstand vanuit de samenleving is er nu voor gezorgd om het extensieve landbouw te maken, waardoor het karakteristieke polderlandschap in stand wordt gehouden. Werkgroep Grauwe kiekendief is daardoor dit jaar begonnen met het aanleggen van o.a. wintervoedselvelden en akkerranden, om zo de biodiversiteit in de polder terug te krijgen. Daarbij hoort uiteraard ook een extensieve manier van landbouwvoeren. Uiteindelijk moet het doel zijn om weer vogelrijke polders te krijgen, o.a. met de terugkeer  van de veldleeuwerik als broedvogel en ook veel voedsel in de winter voor zaadeters. Dat zijn dus hopelijk veel zangvogels, maar ook muizen en daarmee roofvogels als blauwe kiekendief. Dat er muizen zitten blijkt overigens wel uit de vele holletjes en mooie sporen van bosmuizen, maar een dwergmuis die opeens voor ons uit rent is toch ook wel erg leuk om te zien. Deze kleine muizensoort maakt holletjes hoog in het riet, een bijzonder beestje!
Dwergmuis 
Om bij te houden hoe succesvol die maatregelen zijn en hoe het zich zal ontwikkelen alhier, moet gemonitord worden. Aankomende winter gaan wij daar ook aan bijdragen, waarvoor we nu dus een rondleiding van Niels Godijn krijgen die de polder op z'n duimpje kent en nauw met de ontwikkelingen is betrokken.
Zegenpolder
De aantallen vogels vallen ons uiteindelijk tegen, aangezien de Crezéepolder in het verleden veel hogere aantallen vogels herbergde. Wellicht ligt die polder gewoon beter op een trekroute?! Desalniettemin zien we tientallen veldleeuweriken, waterpiepers, ringmussen, kneuen, koperwieken, vinken, kramsvogels, havik en een grote lijster. Niet slecht, maar hopelijk gaat het deze winter nog een stukje beter worden. 
Zegenpolder
Met Laurens van der Wind besluit ik maar lekker met de auto te blijven vogelen en we gaan al de havens maar weer afrijden en hier en daar wat goede plekken checken. De begraafplaats van Pernis komt zo ook weer aan bod, waar het nog steeds spannend is met goudhanen, vuurgoudhanen en zwarte mezen, maar nog geen echte knaller. Dat blijft helaas ook de rest van de middag zo, maar we vermaken ons met zwarte roodstaarten, een halve aflezing van een slechtvalkenring, een groepje kneuen, een enkele grote gele kwikstaart en wat rondhangende roeken.
Geringde slechtvalk
De havens zelf zijn op wat futen, meerkoeten en krakeenden na helaas allemaal leeg, maar wat ons betreft drijft daar vroeg of laat gewoon een keer die duiker in. Dat móét toch gewoon...

Havens op IJsselmonde

woensdag 8 november 2017

Appelvink als hoogtepunt, maar hoe!

De afgelopen week duiken her en der in de regio zeldzaamheden op, zoals bruine boszangers, pallas' boszanger en frater. Op IJsselmonde is het alweer anderhalve week stil, maar er wordt dan ook niet gevogeld. Vanochtend ben ik echter in Ambacht en ga dus maar een rondje maken, het trektelseizoen is namelijk zo goed als afgelopen en nu is het echt weer de tijd voor leuke soorten ter plaatse. Een klapekster, geoorde fuut, siberische tjiftjaf of één van de eerder genoemde soorten moet natuurlijk gewoon kunnen!

Bij de Munnikensteeg hoor ik wat goudhaantjes, dus dit veelbelovende parkje fiets ik even rond. Vogels zitten er genoeg, want uiteindelijk hoor en zie ik wel twaalf vuurgoudhaantjes, een mooi aantal! Ook een groepje van negen zwarte mezen is nog wel het noemen waard. Aan de andere kant van de weg is een flinke groep van ruim tweehonderd putters nog spannend, maar niks bijzonders zit daar helaas tussen. Wel vliegen er nog wat kepen en sijzen rond, zingt een cetti's zanger en gilt een waterral uit het riet. Wat dat betreft is het alweer echt winter om te vogelen, de temperatuur is daar met een enkele graad ook wel naar...

Nu gaat het richting de Oude-Maas, waar de bosjes altijd goed zijn voor zangertjes. Dat blijkt een beetje tegen te vallen, maar toch zitten er nog wat goudhaantjes, een enkele tjiftjaf, wat zingende cetti's zangers, roepende waterrallen op de rivier de eerste twee brilduikers weer. Ook trekken er nog wat zwarte mezen door, maar een leuke soort blijft verder uit. Ook het Waaltje is aardig leeg, zelfs geen dodaars!
Oude-Maas
Wel is in Heerjansdam een koolmees met een compleet zwarte kop wel een bijzondere verschijning. Vaag staat me bij dat her een artikeltje over is verschenen, maar zo snel krijg ik het niet gevonden. Wel vind ik enkele vergelijkbare waarnemingen (hier en hier), een bijzonder gek gezicht!

Afwijkende koolmees met zwarte kop
Gezien de tijd gaat het me niet meer lukken om de Crezéepolder nog te checken, maar Waalbos gaat nog wel. Met een witgat, twee grote zilverreigers, dodaarzen, smienten, slobeenden, waterpiepers en een groep veldleeuweriken is het niet saai te noemen, maar een kers op de taart zit er niet in.

Op het laatste fiets ik nog een rondje door een wijkje van Rijsoord, waar ik word opgeschrikt door de roep van een appelvink. Ik moet een paar keer kijken, maar dan zie ik 'm opeens zitten in een boom, tof! De vogel gaat hierna zelfs omlaag en foerageert op het talud en in wat bessenstruiken, waarbij hij zich fenomenaal laat bekijken. Dit is toch wel één van mijn lievelingssoorten en dit is wel verreweg mijn beste waarneming. Wat een beest, een schitterende afsluiter van de ochtend. Overigens is de flinke invasie van deze beesten die aan de gang is vermoedelijk de oorzaak ervan, hij zou dan ook zomaar diep uit Rusland kunnen komen...
Appelvink