donderdag 13 juli 2017

Visdieven ringen in rustig zomerweer

De eerste dagen van mijn vakantie had ik nog genoeg verplichtingen om niet te gaan vogelen, maar vandaag is er gelukkig nog tijd. Het is zo begin juli nog wel echt zomer met veel jonge zangvogels overal, alhoewel de steltlopertrek bijvoorbeeld al in volle gang is. Goede soorten zitten daar helaas nog niet bij in de Crezée- of Sophiapolder, maar in Waalbos is het paartje steltkluut dat één jong heeft groot gebracht nog wel aanwezig. Daarnaast is het tam met wat gebruikelijke geelpoot- en pontische meeuw, groepjes gele kwikstaarten en in het zomerweer natuurlijk ook de nodige vlinders, zoals bruin blauwtjes en hooibeestjes. 
Bruin blauwtje
In dat nog rustige zomerweer is natuurlijk ook nog tijd voor extra zaken. Een maand geleden trof ik op de Sophiapolder namelijke een kolonie visdieven aan op het aangelegde schelpeneiland. Navraag om deze te kunnen ringen leidde tot de actie van vanavond, waarbij ringers Roel Meijer en Ad Kooij met Laurens van der Wind en mijn persoon naar de overkant varen. Als we bij de kolonie aankomen vliegen er genoeg vogels boven en schatten we het toch wel op 15-20 paar. Mooi! Ook de eerste jonge vliegen al rond, maar daarentegen liggen er ook nog nesten met eieren. 

De kuikens vinden die 'ringbaar' zijn valt echter nog niet mee, deze exemplaren verstoppen zich snel in de vegetatie. Ondanks dat weten we nog zes vogels te ringen. Mooi! Hopelijk gaan we deze nog terugzien, wie weet.
Visdief

Als het schelpeneiland nog wordt aangepast kan het volgend jaar wellicht nog beter worden met het ringen. Het is daarbij belangrijk om schuilplaatsen voor de jongen te creëren, zodat je ze makkelijk kan vinden als ze geringd moeten worden. We zijn in ieder geval benieuwd hoe het zich gaat ontwikkelen! 
Visdief

zaterdag 8 juli 2017

Mooie vangsten bij De Glinte

Als assistent ring ik normaal gesproken bij Vogelringstation Meijendel, maar soms is het leuk om even buiten de deur te kijken. Ringplaats De Glinte in de Kamperhoek, in Flevoland, leek me wel een leuke plek, dus om 4:00 stap ik vanochtend in de auto. Twee weken geleden ging het bezoek helaas niet door vanwege slecht weer, maar voor vandaag ziet het er prima uit. Niet teveel zon en ook niet teveel wind.

Bij aankomst op de ringbaan is het nog rustig in de netten, ik ben gelukkig op tijd! Soorten die we niet vangen in Meijendel zijn bijvoorbeeld blauwborst, baardman en appelvink, dat zijn dus de soorten waar ik wel op hoopte. Met name die laatste lijkt me fantastisch in de hand... Met de vaste ringers Mervyn Roos en Hans Wagenaar en een aantal vrijwilligers gaat het ringen van de vogels vlot, het zijn er immers genoeg. In de ochtend zijn het grote vangsten, maar ook in de middag loopt het nog lekker door. Uiteindelijk vangen 262 exemplaren, waarvan we ruim 200 nieuw ringen. Een prachtig resultaat!

Ook wat soortendiversiteit betreft is het goed met wel 23 soorten, helaas wel zonder appelvink... Baardmannetjes vangen we gelukkig wel, en ook in alle geslachten en kleden. Wat een fraaie beestjes zo in de hand, schitterend! De knalgele snavel is het kenmerk voor de man, dat hebben ze al in het nest, terwijl de vrouw een meer smoezelige snavelkleur heeft. De leeftijd van baardmannen is te bepalen aan de hand van p1, de onderste handpen (buitenste veren van de vleugel) op de foto. Deze is langer dan de handpendekveren, ofwel de veren die over de handpennen liggen.

Jonge baardman vrouw
Jonge baardman man
Oude baardman vrouw
Oude baardman man
We vangen ook nog een drietal blauwborsten, tevens een soort die ik nog niet veel heb. Het zijn wel allemaal jonge beesten, geen mooie mannetjes, maar dat mag de pret niet drukken.
Jonge blauwborst
Qua rietvogels is het dus een goed gebied, terwijl rietzanger en sprinkhaanzanger hier opvallend zeldzaam te noemen zijn. We vangen met name veel kleine karekieten, een enkele bosrietzanger, een tiental rietgorzen maar ook nog twee jonge cetti's zangers, een soort die hier dus ook broedt. In de Biesbosch zag ik al vaker cetti's zangers, maar nu dus ook de jonge exemplaren, met hun smalle staartpennen. Dat zijn er overigens slechts tien, de enige zangvogel met tien staartpennen.
Jonge cetti's zanger
In de loop van de ochtend denk ik een derde cetti's zanger uit het net te halen, maar dat blijkt toch niet te kloppen. Het beestje telt immers twaalf staartpennen en is toch over het geheel flink anders. Het is namelijk een snor! Ook pas mijn tweede vangst van deze soort, dus extra leerzaam allemaal.
Jonge snor
In dit relatief natte bos en wilgenland zitten ook matkoppen. In de duinen hebben we alleen glanskoppen, dus deze soort ving ik ook slechts eenmaal eerder. Gelukkig hangt er vandaag ook weer eentje in het net, mooi!

Matkop

In de opstelling van de netten staan hier ook twee hoge hijsnetten. Dit zijn de netten waar soorten als koekoek en appelvink worden gevangen, maar vandaag helaas niet. Wel hangt er een grote bonte specht in en ook een groepje van vijf spreeuwen. Vooral die laatste is nog redelijk nieuw voor me, we vangen ze niet veel in Meijendel, dus erg leerzaam ze zo te zien. Het zijn jonge beestjes die al beginnen met ruien. Het geslacht is overigens eenvoudig vast te stellen, de vrouwtjes hebben namelijk een lichte ring in hun oog, terwijl dat bij de mannetjes ontbreekt.
Grote bonte specht
Vrouw (links) en man spreeuw
De rui is begonnen
Als ik om 18:00 weer binnen stap in Hendrik-Ido-Ambacht heb ik een lange, maar zeer leerzame en productieve dag achter de rug. Voor de totale vangst, zie hier.

vrijdag 7 juli 2017

Van Amsterdammer tot sprinkhanen in de Crezéepolder

De Crezéepolder is toch wel waar het in deze tijd moet gaan gebeuren. De steltlopertrek is toch langzaamaan aangetrokken, dus een leuke strandloper moet toch hier wel lukken de komende tijd. Gisteren en vandaag loop ik dus de polder helemaal rond en check ik hem zo goed als mogelijk. Dat levert bijvoorbeeld honderden kemphanen op, 160 grutto's (waaronder 140 juvenielen), kleine en grote zilverreiger, zomertalingen, slechtvalk, weer nieuwe pullen van kievit, tureluur en kluut en ook de eerste bontbekplevier weer van het najaar. De trek zit toch in de lucht!
Kleine zilverreiger
Daarnaast heb ik gisterenmiddag de hele dijk geteld voor gouden sprinkhanen. In de polder zit namelijk de enige bekende populatie van deze soort in Zuid-Holland. Een telling gisteren leverde echter minimaal 96 baltsende individuen op, waardoor het toch ook wel een echt grote populatie is! Bijzonder dat ze hier zitten en in de omgeving verder niet!

Gouden sprinkhaan
In de polder zit verder ook al enkele weken een groeiend aantal lepelaars, tot wel zeventig exemplaren. Vanavond zag ik daar eindelijk een geringd exemplaar tussen. Na de vogel gemeld te hebben bleek het een jong te zijn van de Kinseldam, te Durgerdam (vlakbij Amsterdam). Kennelijk is het beest met zijn ouders aan het zwerven geslagen en zo in de voedselrijke Crezéepolder terechtgekomen. Leuk!
Geringde lepelaar uit Amsterdam

woensdag 5 juli 2017

Rustige Sophiapolder maar leuke avondverrassing!

Na een ochtendje leren ben ik er wel weer klaar mee en ga ik om 12:00 met het pontje naar de Sophiapolder. Samen met Matthieu en Rutger Plaisier loop ik de polder rond, waarbij we op de dijkjes hopen op leuke libellen. Die vinden we helaas niet. Op het slik zelf is verder gelukkig ook nog genoeg te beleven, en dankzij het opkomende water komen de vogels lekker dichtbij de hut. Zo zitten er nog aardig wat kemphanen, wat tureluurs en een mooi aantal lepelaars. Verder is het rustig, met nog wel de gebruikelijke leuke meeuwen en ook het kuiken kleine mantelmeeuw laat zich weer zien.
Kuiken kleine mantelmeeuw
Kemphanen
Lepelaar
2kj pontische meeuw
Op het terreintje langs de Veersedijk struinen we nog even rond op zoeken aar sprinkhanen en dergelijke. Die blijken er genoeg te zitten, maar de mooie sikkelsprinkhanen zijn nog maar in hun nimfkleed en dus nog niet volwassen. Verder is het knap warm en eigenlijk te heet om nog even de Crezéepolder rond te gaan lopen voor gouden sprinkhanen. 
Sikkelsprinkhaan
Vanavond inventariseer ik in Rhoon en Barendrecht enkele wijken voor gierzwaluwen, waarna ik op de terugweg in de schemer langszaam terug rijd richting Ambacht. In Waalbos sta ik zo te genieten van het vallen van de nacht onder het genot van bedelende ransuilen, als plotseling in de verte een kwartel begint te roepen. Gaaf!!

Deze soort blijkt erg lastig te zijn op IJsselmonde en de meeste waarnemingen zijn van overvliegende exemplaren 's nachts. Het is dan ook pas mijn tweede zingende vogel aan de grond, na een exemplaar in de Crezéepolder acht jaar terug. Wel wisten we twee jaar geleden in het najaar wat vogels te vinden, maar het is jaarlijks zeker geen zekerheidje. Mede-jaarlijstlijsters Laurens van der Padt en Laurens van der Wind en zijn vader zijn dan ook snel present en kunnen hem na een paar minuten ook bijschrijven op de jaarlijst. Nr. 184 alweer, dus nog 16 te gaan voor de 200... Terwijl we staan te luisteren komt ook een ransuil nog even nieuwsgierig kijken, wat een fraai beest1

maandag 3 juli 2017

Oeverzwaluwen ringen bij Utrecht

Deze week moet ik leren voor een tentamen, wat ook betekent dat ik weer aardig wat vrij ben. Vanochtend check ik nog even de Crezéepolder, maar naast veel grutto's levert dat niks op. De kruisbekken die ik twee keer over ons huis hoor komen zijn daarentegen natuurlijk wel erg leuk!
Juveniele grutto's
Vanavond loop ik een keer mee met het RAS-project van oeverzwaluwen van Vogelringstation De Haar, bij Utrecht. Bij een RAS-project gaat het om de overleving van de oudere vogels, zodat het belangrijk is dat geringde vogels van eerdere jaren ook weer worden teruggevangen. Met oeverzwaluwen is het relatief makkelijk om veel vogels te vangen, zo vangen we vanavond ook ruim 350 exemplaren. De helft ervan is geringd, waaronder een Frans exemplaar, de andere helft krijgt nog een ringetje. Ook zitten er al veel jonge vogels onder de vangsten, terwijl vermoedelijk veel paartjes alweer bezig zijn met hun tweede legsel. Al met al een leuke ervaring, weer veel geleerd en genoten van deze fraaie vogeltjes!
Jonge oeverzwaluw

zaterdag 1 juli 2017

Overal weer even polshoogte nemen...

Het is vanochtend wat miezerig, maar toch stap ik nog even op de fiets om te kijken of er nog wat visdievenkolonies zijn in Zwijndrecht. Daarvoor ga ik echter eerst nog even door het Waalbos, aangezien de steltkluten toch al aardig gegroeid moeten zijn. Dat blijkt bij aankomst inderdaad het geval te zijn en de twee jongen zijn al bijna vliegvlug. Erg gaaf!!



Steltkluten met jong
Op het Sportcomplex Bakestein in Zwijndrecht tref ik wel wat visdieven aan op de daken, maar een Deense kokmeeuw in een groepje meeuwen is wel een stuk leuker! Het betreft namelijk W-8ET, een vaste overwinteraar van het Develpark. Deze is dus alweer terug uit zijn broedgebied in NO-Europa en is alweer op zijn winterstekje. De winter sluipt wat dat betreft weer langzaam ons land binnen, de dagen worden ook alweer korter...
Deense kokmeeuw W-8ET
Meer visdieven vind ik verder niet, dus ik fiets nog maar even de bekende geringde Ambachtse knobbelzwanen langs. HH48 en EH62 blijken allebei jongen te hebben met hun partner, maar BR98 zwemt in zijn eentje met maar één jong rond. Daar lijkt iets niet helemaal goed te zijn gegaan...
EH62 beschermt z'n jongen goed
BR98 met kuiken
Vanmiddag check ik met Laurens van der Padt weer eens goed de Sophia- en Crezéepolder. Op de Sophiapolder levert dat met name veel broedvogelsucces op, er loopt namelijk ook een pul van een kleine mantelmeeuw rond en de visdieven blijken jongen te hebben! Verder is het met steltlopers rustig, maar zien we nog wel een fraaie pontische en geelpootmeeuw, en lopen er ook weer veel juveniele kokmeeuwen van elders rond.
2kj pontische meeuw
1kj kokmeeuw
De Crezéepolder is daarna wel een stuk spannender met weer erg veel kemphanen. Qua ruiters is het gebied lastig te checken, maar we horen nog wel een bosruiter roepen. Daar blijft het vervolgens ook wel bij, maar met 75 juvenielen grutto's zijn we toch wel erg blij. Een prachtig aantal!
Juveniele grutto's